Kerkdiensten kijken of luisteren

Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren

Klik op ▶ afspelen

 
Uitzending met beeld, klik   hier om te kijken.


Zondag 5 april 2026, middagdienst
Pasen

Voorganger: ds. A. Hakvoort
Welkom
Psalm 68: 1, 7 (nb)
God richt zich op, de vijand vlucht;
zijn haters voor zijn aangezicht,
als rook zijn zij verdreven.
Zij zijn als was in deze vlam,
zijn woede heeft hen, waar Hij kwam,
ten dode opgeschreven.
Maar de getrouwen zijn verblijd.
zij staan voor Hem in vrolijkheid,
zij zijn verrukt van vreugde.
Zingt God en speelt zijn naam ten prijs,
zingt Hem op een verhoogde wijs
om wat uw hart verheugde.
 
God zij geprezen met ontzag.
Hij draagt ons leven dag aan dag,
zijn naam is onze vrede.
Hij is het die ons heeft gered,
die ons in ruimte heeft gezet
en leidt met vaste schreden.
Hij die het licht roept in de nacht,
Hij heeft ons heil teweeggebracht,
dat wordt ons niet ontnomen.
Hij droeg ons door de diepte heen,
de Here Here doet alleen
ons aan de dood ontkomen.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Wees gegroet, gij eersteling der dagen (LvdK 221: 1, 2, 3)
Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
morgen der verrijzenis,
bij wiens licht de macht der hel verslagen
en de dood vernietigd is!
Here Jezus, trooster aller smarten,
zon der wereld, schijn in onze harten,
deel ons zelf de voorsmaak mee
van der zaalgen sabbatsvree!
 
Op uw woord, o Leven van ons leven,
werpen wij het doodskleed af!
Door de kracht uws Geestes uitgedreven,
treden we uit ons zondengraf.
Leer ons daaglijks, leer ons duizendwerven,
in uw kruisdood meegekruisigd sterven,
en herboren opgestaan,
achter U ten hemel gaan!
 
In uw hoede zijn wij wèl geborgen,
en schoon eerlang ’t oog ons breek’,
open gaat het op de grote morgen
na deez’ aardse lijdensweek.
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
als we onsterflijk, uit de dood verrezen,
knielen voor uw dankaltaar!
Amen, Jezus, maak het waar!
Gebed
Bijbeluur voor de kinderen van groep 5 t/m 8
Bijbellezing: Mattheüs 28: 1-10, 16-20
1Laat na de sabbat, toen het licht begon te worden op de eerste dag van de week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf te kijken. 2En zie, er vond een grote aardbeving plaats, want een engel van de Heere, die uit de hemel neerdaalde, ging erheen, rolde de steen van de opening weg en ging erop zitten. 3Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. 4De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden. 5Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. 6Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. 7En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd. 8En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het Zijn discipelen te berichten. 9Toen zij weggingen om het aan Zijn discipelen bekend te maken, zie, Jezus kwam hun tegemoet en zei: Wees gegroet! Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem. 10Toen zei Jezus tegen hen: Wees niet bevreesd; ga heen, bericht Mijn broeders dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.
16En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had. 17En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden. 18En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 19Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. 20En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.
Jezus, mijn verblijden (LvdK 428: 1, 2, 4)
Jezus, mijn verblijden,
voor mijn hart de weide,
waar het vrede vindt,
’t hart dat in verlangen
naar U is bevangen,
dat U zo bemint.
Lam, o kom, mijn Bruidegom.
Buiten U is niets op aarde
zo beminnenswaardig.
 
Als Gij mij wilt hoeden,
ben ik voor het woeden
van de vijand vrij.
Laat de satan tieren
en zijn zege vieren,
Jezus staat mij bij.
Lijkt het wel of dood en hel
over mij schijnt los te breken,
Jezus is mijn vrede.
 
Wat zou ik nog treuren,
als de Heer der vreugde,
Jezus binnenschrijdt!
Zij die God beminnen
zullen vreugde winnen
ook uit bitterheid.
Of mij ’t kwaad naar ’t leven staat,
toch zijt Gij ook in mijn lijden,
Jezus, mijn verblijden.
Verkondiging: Wees niet bang!
Is God de Heer maar voor mij (LvdK 90: 1, 10, 11)
Is God de Heer maar voor mij,
wat zou mij tegen zijn?
Ik roep: ach Here, hoor mij!
en wat mij kwelt wordt klein.
al heeft zich ook verheven
de macht van hel en dood,
ik heb voor heel mijn leven
in God mijn bondgenoot.
 
’t Zij engelen of machten,
Gij maakt mij van hen vrij.
Der diepten donkre krachten,
der hoogten hovaardij,
zij mogen mij verdrukken
en doden, Gij houdt stand;
zij kunnen mij niet rukken,
Heer Jezus, uit uw hand.
 
Mijn hart wil blij opspringen,
het kan niet treurig zijn,
ik lach en loop te zingen
in louter zonneschijn.
De zon die staat te stralen,
o Jezus, dat zijt Gij.
Ik dank U duizendmalen,
wat zijt Gij goed voor mij!
Gebeden
Collectes
1. kerk 2. onderhoud gebouwen
Psalm 91: 1, 3 (nb)
Heil hem wien God een plaats bereidt
in zijn verheven woning:
hij overnacht in veiligheid
bij een almachtig koning.
Ik zeg tot God: Gij zijt mijn schild,
mijn toevlucht en mijn veste,
op U vertrouw ik, Heer, Gij wilt
voor mij altijd het beste.
 
Wees niet bevreesd, al wil de nacht
zich tegen u verheffen;
al stelt de dag zijn overmacht,
zijn pijl zal u niet treffen.
’t Verderf dat in de duisternis
zoekt naar uw legerstede,
de vloek die van de middag is,
God bant ze van uw leden.
Geloofsbelijdenis (staande)
Ere zij aan God, de Vader (LvdK 255: 1, 2, 3)
Ere zij aan God, de Vader,
ere zij aan God, de Zoon,
eer de Heilge Geest, de Trooster,
de Drie-eenge in zijn troon.
Halleluja, halleluja,
de Drie-eenge in zijn troon!
 
Ere zij aan Hem, wiens liefde
ons van alle smet bevrijdt,
eer zij Hem die ons gekroond heeft,
koningen in heerlijkheid.
Halleluja, halleluja,
ere zij het Lam gewijd.
 
Ere zij de Heer der englen,
ere zij de Heer der kerk,
ere aan de Heer der volken;
aard’ en hemel looft uw werk!
Halleluja, halleluja,
looft de Koning, heel zijn kerk!
Zegen (staande)