Kerkdiensten kijken of luisteren

Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren

Klik op ▶ afspelen

 
Uitzending met beeld, klik   hier om te kijken.


Zondag 1 feb 2026, ochtenddienst
Hulpverleningszondag

Voorganger: ds. R.C. Verburg
Welkom
Mijn Vader, dank U wel (OTH 333: 1, 2, 3, 4, 5)
Mijn Vader, dank U wel dat U steeds bij mij bent,
dat U al mijn gedachten en verlangens kent,
dat U zo stil en rustig en begrijpend bent.
Mijn Vader, dank U wel.

 
Ik dank U dat uw hand mij steeds behoedt en leidt,
dat U mij wilt bewaren in de felste strijd,
voor troost, die U mij geeft in onzekerheid.
Mijn Vader, dank U wel.

 
Ik dank U voor de diepe vrede en de rust,
voor vreugde en voor blijdschap en voor levenslust.
Ik dank U, dat U zelf nu heel mijn leven vult.
Mijn Vader, dank U wel.

 
Mijn woorden schieten vaak zo veel tekort, o Heer.
Wat U aan mij wilt geven, dat is toch veel meer.
’k Ervaar uw diepe rijkdom en geluk steeds meer.
Mijn Vader, dank U wel.

 
Daarom wil ik U danken, dat ik zingen kan,
dat ik U met mijn stem toch altijd loven kan,
dat ik U in dit lied van harte danken kan.
Mijn Vader, dank U wel.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Lied van de maand: Psalm 2: 1 (dnp)
Wat willen al die wereldleiders toch
met al hun plannen en hun dwaze dromen?
Ze voeren overleg om door bedrog
van God en zijn gezalfde los te komen.
Dan lacht de HEER vanuit zijn hemelwoning;
Hij spreekt tot hen met goddelijke spot:
‘Ik ben de HEER en mijn gezalfde koning
regeert in Sion, op de berg van God.’
Bijbellezing: Gods leefregel uit Leviticus 19
1De HEERE sprak tot Mozes: 2Spreek tot heel de gemeenschap van de Israëlieten, en zeg tegen hen: Heilig moet u zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig. 3Ieder moet ontzag hebben voor zijn moeder en zijn vader en Mijn sabbatten in acht nemen. Ik ben de HEERE, uw God. 4U mag u niet tot de afgoden wenden en voor uzelf geen gegoten goden maken. Ik ben de HEERE, uw God. 9Wanneer u nu de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. 10U mag ook uw wijngaard niet nalopen en de afgevallen druiven van uw wijngaard niet oprapen. U moet ze voor de arme en voor de vreemdeling achterlaten. Ik ben de HEERE, uw God. 11U mag niet stelen, u mag niet liegen of iemand zijn naaste bedriegen. 12U mag geen valse eed afleggen in Mijn Naam, en zo de Naam van uw God ontheiligen. Ik ben de HEERE. 13U mag uw naaste niet afpersen en niet beroven. Het arbeidsloon van de dagloner mag niet de nacht bij u overblijven tot de volgende morgen. 14U mag een dove niet vervloeken en vóór een blinde mag u geen struikelblok neerleggen, maar u moet uw God vrezen. Ik ben de HEERE. 15U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, u mag geen partij trekken voor de arme en de aanzienlijke niet voortrekken. Op rechtvaardige wijze moet u uw naaste oordelen. 16U mag onder uw volksgenoten niet met lasterpraat rondgaan, u mag uw naaste niet naar het leven staan. Ik ben de HEERE. 17U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt. 18U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE. 19U moet Mijn verordeningen in acht nemen. Van uw dieren mag u niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker mag u niet met twee verschillende soorten zaad inzaaien, en een bovenkleed uit twee verschillende soorten stof vervaardigd, mag u niet dragen. 30U moet Mijn sabbatten in acht nemen en eerbied hebben voor Mijn heiligdom. Ik ben de HEERE. 31U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben de HEERE, uw God. 32U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE. 33Wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. 34De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God. 35U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, met de lengtemaat, met het gewicht en met de inhoudsmaat. 36U moet een zuivere weegschaal hebben, zuivere gewichten, een zuivere efa en een zuivere hin. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft. 37U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden. Ik ben de HEERE.
Uw Woord is een lamp voor mijn voet (ELB 262)
Uw Woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.
Uw Woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.
Uw Woord is een lamp, uw Woord is een licht.
Uw Woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.
Gebed
Kindermoment
Kom aan boord (OTH 555) (=Lydia Zimmer)
Voor de zieken - voor de armen
voor de mensen met verdriet.
Voor het kind dat blijft proberen
maar toch denkt: het lukt me niet.
Voor de zwerver die moet zwerven
en geen plek heeft waar hij hoort.
Is er altijd nog die Ene en die roept: "kom maar aan boord!"

 
Kom aan boord
Ook voor jou is er een plekje
waar je hoort.
Laat de hoop niet langer varen.
Kom aan boord.
Sta niet doelloos aan de kant
want er is een hart vol liefde.
Pak die uitgestoken hand.

 
Voor het meisje dat blijft denken
alles gaat bij mij steeds mis.
Voor de jongen die al vaker
uit de boot gevallen is.
Voor het kindje dat nog nooit
van trouw of liefde heeft gehoord.
Is er altijd nog die Ene en die roept: "kom maar aan boord!"

 
Kom aan boord
Ook voor jou is er een plekje
waar je hoort.
Laat de hoop niet langer varen.
Kom aan boord.
Sta niet doelloos aan de kant
want er is een hart vol liefde.
Pak die uitgestoken hand.

 
(tussenspel)
 
Kom aan boord
Ook voor jou is er een plekje
waar je hoort.
Laat de hoop niet langer varen.
Kom aan boord.
Sta niet doelloos aan de kant
want er is een hart vol liefde.
Pak die uitgestoken hand.
Bijbeluur voor de kinderen van groep 2 t/m 4 en 5 t/m 8
Bijbellezing: Marcus 6: 45-56
45En meteen dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan en vooruit te varen naar de overkant, naar Bethsaïda, terwijl Hijzelf de menigte weg zou sturen. 46En toen Hij afscheid van hen genomen had, ging Hij naar de berg om te bidden. 47En toen het avond was geworden, was het schip midden op de zee en Hijzelf was alleen op het land. 48En Hij zag dat zij veel moeite moesten doen om het schip vooruit te krijgen, want zij hadden de wind tegen; en omstreeks de vierde nachtwake kwam Hij, lopend op de zee, naar hen toe en wilde hen voorbijgaan. 49En toen zij Hem zagen lopen op de zee, dachten zij dat het een spook was en schreeuwden luid, 50want allen zagen Hem en raakten in verwarring; en meteen sprak Hij met hen en zei tegen hen: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd. 51En Hij klom bij hen in het schip en de wind ging liggen; en zij waren innerlijk volkomen buiten zichzelf en zij verwonderden zich, 52want zij hadden bij het wonder van de broden niets begrepen, omdat hun hart verhard was. 53En toen zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesaret en legden daar aan. 54En toen zij uit het schip gegaan waren, herkende men Hem meteen. 55En men liep heel die streek door en begon op ligmatten hen die er slecht aan toe waren met zich mee te dragen naar de plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was. 56En waar Hij ook kwam, in dorpen of steden of in gehuchten, daar legden ze de zieken op de markten en smeekten Hem of zij al was het maar de zoom van Zijn bovenkleed mochten aanraken; en allen die Hem aanraakten, werden gezond.
Hoe sterk ook de storm (video)
Verkondiging: Moed en hoop
Voorbereiding Heilige Avondmaal
God heeft mij zijn Zoon gegeven (Lvdk 445: 3)
Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in ’t eeuwig licht.
Gebeden
Collectes
1. diaconie Hulpverlening Bi+Bu land
2. kerkelijke kassen
Tijdens de collecte – Luisterlied "Dan bent U met ons" Schrijvers voor Gerechtigheid
Psalm 146: 3 (dnp)
Wie op Jakobs God blijft bouwen,
wie de HEER als helper heeft,
kent geluk en kan vertrouwen
op zijn God die redding geeft.
Hij schiep hemel, zee en land;
wat Hij heeft beloofd houdt stand.
Zegen (staande)