Kerkdiensten kijken of luisteren

Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren

Klik op ▶ afspelen

 
Uitzending met beeld, klik   hier om te kijken.


Zondag 30 nov 2025, middagdienst
Gezamenlijke dienst van Hoeksteen (cgk) en Ichthus (pkn)

Voorganger: ds. F.R. Bruintjes (ngk)
Welkom
U die mij geschapen hebt (Opw 355)
U die mij geschapen hebt,
U wil ik aanbidden als mijn God,
in voor- of tegenspoed.
Uw liefde doet mij zingen.
U die mij geschapen hebt,
U wil ik danken hoe ik mij ook voel,
en U gehoorzaam zijn.
Heer, U bent mijn doel.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 113: 1, 2, 3 (nb)
Prijst, halleluja, prijst den Heer,
gij ’s Heren knechten, immermeer
moet ’s Heren naam gezegend wezen.
Van waar de zon in ’t Oosten straalt,
tot waar z’ in ’t Westen nederdaalt,
zij ’s Heren grote naam geprezen.
 
Ver boven aller volken trots
blinkt hemelhoog de glorie Gods.
Wie is als Hij, de Heer der heren?
Hij onze God, die troont zo hoog,
slaat op het diepste diep zijn oog.
Hemel en aarde moet Hem eren.
 
Wie onderligt in stof en slijk,
maakt God aan edelen gelijk.
Hij geeft een vrouw haar diepst verlangen.
Hij zegent die onvruchtbaar scheen,
met bloei van kind’ren om haar heen.
Prijst Hem, den Heer, met lofgezangen.
Gebed
Bijbeluur voor de kinderen van groep 5 t/m 8
Zondag 14 Heidelbergse Chatechismus
Vraag 35
Wat betekent: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria?
Antwoord Dat de eeuwige Zoon van God, die waarachtig en eeuwig God is en blijft,
door de werking van de Heilige Geest de echte menselijke natuur uit het vlees en bloed der maagd Maria, heeft aangenomen om werkelijk tot het geslacht van David te behoren. Zo is Hij zijn broeders gelijk, maar zonder zonde.
Vraag 36 Welke waarde heeft voor u de heilige ontvangenis en geboorte van Christus? Antwoord Dat Hij onze Middelaar is en met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt.
Psalm 62: 1, 5 (nb)
Mijn ziel is stil tot God mijn Heer,
van Hem verwacht ik altijd weer
mijn heil, op Hem toch kan ik bouwen.
Ik wankel niet, want Hij staat vast:
mijn toevlucht, als het water wast,
mijn rots, mijn enige vertrouwen.
 
Voorwaar, Hij is mijn heil, mijn rots,
mijn naam rust in de schutse Gods.
O volk, uw God laat u niet vallen.
Als gij voor Hem uw hart uitstort,
vertrouw dat gij gezegend wordt:
God is een schuilplaats voor ons allen.
Bijbellezing: Mattheüs 1: 18-21
18De geboorte van Jezus Christus was nu als volgt. Terwijl Maria, Zijn moeder, met Jozef in ondertrouw was, bleek zij, nog voordat zij samengekomen waren, zwanger te zijn uit de Heilige Geest. 19Jozef, haar man, wilde haar onopgemerkt verlaten, omdat hij rechtvaardig was en haar niet in het openbaar te schande wilde maken. 20Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Heere verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest; 21en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Bijbellezing: Lukas 1: 26-31, 45-55
26In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, 27naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. 28En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen. 29Toen zij hem zag, raakte zij in verwarring door zijn woorden, en zij vroeg zich af wat de betekenis van deze groet kon zijn. 30En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. 31En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. 45En zalig is zij die geloofd heeft, want wat haar van de kant van de Heere gezegd is, zal volbracht worden. 46En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot, 47en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, 48omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken, 49want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam. 50En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen. 51Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. 52Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. 53Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden. 54Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken, 55zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.
Lofzang van Maria (Lvdk 66: 1, 2, 3)
Mijn ziel verheft Gods eer;
mijn geest mag blij den Heer
mijn Zaligmaker noemen,
die, in haar lage staat,
zijn dienstmaagd niet versmaadt,
maar van zijn gunst doet roemen.
 
Om wat God heeft gedaan
zal elk geslacht voortaan
alom mij zalig spreken:
o groot geheimenis
dat mij geschonken is.
Zijn almacht is gebleken.
 
Hoe heilig is zijn naam!
Laat volk bij volk tesaam
barmhartigheid verwachten,
nu Hij de zaligheid
voor wie Hem vreest, bereidt
door al de nageslachten.
Verkondiging: Jezus echt mens en echt God
Lofzang van Maria (Lvdk 66: 4, 5, 6)
Des Heren kracht is groot;
zijn arm verstrooit, verstoot
die hoog zijn in hun ogen.
Hun tronen zijn niet meer,
maar gunstrijk wil de Heer
eenvoudigen verhogen.
 
De Heer vervult met goed
uit ’s hemels overvloed
der hongerigen monden.
Hij ziet geen rijken aan,
maar heeft met al hun waan
hen ledig weggezonden.
 
Hij trok zich Israël aan,
Hij laat niet hulploos staan
die Abrams troost verwachten.
Groot en in eeuwigheid
is Gods barmhartigheid
voor duizenden geslachten!
Gebeden
Collectes
1. kerk
2. kerkelijke kassen
Psalm 89: 9, 10 (nb)
Oudtijds hebt Gij, o Heer, uw hoge plan ontvouwd,
aan mensen naar uw hart uw woorden toevertrouwd:
„Met hulp heb Ik omkleed, met heil heb Ik omgeven
de koninklijke held, uit al het volk verheven,
David mijn trouwe knecht, dien Ik heb uitverkoren,
dien Ik met olie zalf, hem zal het rijk behoren.”
 
„Mijn hand is hem tot steun, mijn rechter arm zijn kracht.
Geen vijand valt hem aan, Ik weer der bozen macht.
Ik breek de tegenstand van allen die hem haten,
mijn goedertierenheid zal nimmer hem verlaten.
Mijn naam die hij belijdt, doet hem tot aanzien komen,
zijn hand rust op de zee, zijn kracht beheerst de stromen.”
Geloofsbelijdenis (staande)
De dag, door uwe gunst ontvangen (Lvdk 393: 1, 2, 3, 4)
De dag, door uwe gunst ontvangen,
is weer voorbij, de nacht genaakt;
en dankbaar klinken onze zangen
tot U, die ’t licht en ’t duister maakt.
 
Die dan, als onze beden zwijgen,
als hier het daglicht onderduikt,
weer nieuwe zangen op doet stijgen,
ginds waar de nieuwe dag ontluikt.
 
Zodat de dank, U toegezonden,
op aard nooit onderbroken wordt,
maar steeds opnieuw door mensenmonden
gezongen en gesproken wordt.
 
Voorwaar, de aarde zal getuigen
van U, die thans en eeuwig zijt,
tot al uw schepselen zich buigen
voor uwe liefd’ en majesteit.
Zegen (staande)
Zegen ons Algoede (Lvdk 456: 3)
Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, uw naam ter eer!