Kerkdiensten kijken of luisteren

Er is op dit moment een uitzending uit de Dorpskerk
U kunt nu meeluisteren

Klik op ▶ afspelen

 
Uitzending met beeld, klik   hier om te kijken.


Zondag 26 juli 2026, middagdienst
Gezamenlijke dienst van Ichthus (pkn) en Hoeksteen (cgk)

Voorganger: ds. A.C. van der Wekken (cgk)
Welkom
God is getrouw (Lvdk 304: 1, 2)
God is getrouw, zijn plannen falen niet,
Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.
Die ’t heden kent, de toekomst overziet,
laat van zijn woorden geen ter aarde vallen;
en ’t werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant,
volvoert zijn hand.
 
De Heer regeert! Zijn koninkrijk staat vast,
zijn heerschappij omvat de loop der tijden;
een sterke hand, die nooit heeft misgetast,
blijft met het heilig zwaard des Geestes strijden;
de adem zijner lippen overmant
de tegenstand.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 108: 1, 2 (ob)
Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid;
’k Zal zingen voor den Opperheer,
’k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op, dat niets uw klanken stuit’.
’k Zal in den dageraad ontwaken
En met gezang mijn God genaken.
 
Ik zal, o HEER’, Uw wonderdaân,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heem’len uitgebreid.
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven ’s hemels kringen,
En leer al d’ aard’ Uw grootheid zingen.
Gebed
Bijbellezing: Exodus 1:1-22
1Dit nu zijn de namen van de zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte waren gekomen. Ieder kwam er met zijn gezin: 2Ruben, Simeon, Levi en Juda; 3Issaschar, Zebulon en Benjamin; 4Dan, Naftali, Gad en Aser. 5Alle zielen die van Jakob afstamden, waren zeventig zielen; Jozef was echter al in Egypte. 6Toen Jozef gestorven was, en ook al zijn broers, en heel die generatie, 7werden de Israëlieten vruchtbaar en breidden zij zich overvloedig uit. Ze werden talrijk en uitermate machtig, zodat het land vol van hen werd. 8Toen trad er in Egypte een nieuwe koning aan, die Jozef niet gekend had. 9Hij zei tegen zijn volk: Zie, het volk van de Israëlieten is talrijker en machtiger dan wij. 10Kom, laten wij er verstandig tegen optreden, anders zal het talrijk worden en, mocht het zijn dat er een oorlog uitbreekt, dan zal het zich ook bij onze vijanden aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken. 11En zij stelden daarom opzichters van herendiensten over het volk aan om het door zijn dwangarbeid te onderdrukken. Het bouwde voor de farao voorraadsteden: Pitom en Raämses. 12Hoe meer zij het echter onderdrukten, hoe talrijker het werd en hoe meer het zich uitbreidde, zodat zij in angst verkeerden vanwege de Israëlieten. 13De Egyptenaren lieten de Israëlieten met harde hand voor zich werken. 14Zij maakten het leven bitter voor hen door hen zwaar werk te laten verrichten met leem en bakstenen, en door allerlei werk op het veld: al hun werk, waarmee zij hen moesten dienen, met harde hand. 15Bovendien zei de koning van Egypte tegen de vroedvrouwen van de Hebreeuwse vrouwen, van wie de naam van de een Sifra was en de naam van de ander Pua, 16hij zei: Als u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven. 17De vroedvrouwen vreesden echter God en deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven. 18Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich en zei tegen hen: Waarom hebt u dit gedaan, dat u de jongetjes in leven laat? 19De vroedvrouwen zeiden tegen de farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn zoals de Egyptische vrouwen, want zij zijn sterk. Zij hebben al gebaard, voordat er een vroedvrouw bij hen is aangekomen. 20Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed, en het volk werd talrijk en zeer machtig. 21En het gebeurde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij aan hen nakomelingen schonk. 22Toen gebood de farao heel zijn volk: Al de zonen die geboren worden, moet u in de Nijl werpen, maar al de dochters mag u in leven laten.
Psalm 124: 1, 2, 4 (nb)
Laat Israël nu zeggen blij van geest:
Indien de Heer niet bij ons was geweest,
toen vijandschap rondom was opgestaan,
indien de Heer niet bij ons was geweest,
Hij, onze hulp, wij waren lang vergaan.
 
Het roofdier van hun toorn had ons verteerd,
een hoge vloed, had God het niet gekeerd,
was over ons verwoestend heengegaan -
de baaierd die ontstuimig rebelleert
had ons bestaan welhaast te niet gedaan.
 
Die onze boeien slaakt, het is de Heer.
Die voor de vrijheid waakt, het is de Heer.
Door zijn verlossing zijn wij vrijgemaakt.
Ons heil is in de naam van God de Heer,
die God, die d’ aard en hemel heeft gemaakt.
Bijbellezing: Handelingen 4:23-31
23En nadat zij losgelaten waren, gingen zij naar hun eigen mensen en berichtten alles wat de overpriesters en de oudsten tegen hen gezegd hadden. 24En toen zij dat gehoord hadden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn, 25en Die bij monde van David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is? 26De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde. 27Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen, 28om alles te doen wat Uw hand en Uw raadbesluit van tevoren bepaald had dat er gebeuren zou. 29Nu dan, Heere, sla acht op hun bedreigingen en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken, 30doordat U Uw hand uitstrekt tot genezing en er tekenen en wonderen gebeuren door de Naam van Uw heilig Kind Jezus. 31En toen zij gebeden hadden, werd de plaats waar zij bijeenwaren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord van God met vrijmoedigheid.
ELB 147: 1, 3, 6
Heer! ik hoor van rijke zegen,
die Gij uitstort keer op keer;
laat ook van die milde regen,
dropp’len vallen op mij neer;
ook op mij, ook op mij,
dropp’len vallen ook op mij.

 
Heil’ge Geest, wil niet voorbij gaan:
Gij geeft blinden d’ogen weer!
Wil, o wil nu bij mij stilstaan.
Werk in mij met kracht, o Heer!
Ook in mij, ook in mij,
werk ook door uw kracht in mij!

 
Ga mij niet voorbij, o Herder!
Maak mij gans van zonden vrij;
vloeit de stroom van zegen verder,
zegen and’ren, maar ook mij.
Ja, ook mij, ja ook mij,
zegen and’ren, maar ook mij.
Verkondiging: Met vrijmoedigheid!
Psalm 68: 10 (ob)
Geloofd zij God met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons, dag aan dag,
Met Zijne gunstbewijzen.
Die God is onze zaligheid;
Wie zou die hoogste Majesteit
Dan niet met eerbied prijzen?
Die God is ons een God van heil;
Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,
Ons ’t eeuwig, zalig leven;
Hij kan, en wil, en zal in nood,
Zelfs bij het naad’ren van den dood,
Volkomen uitkomst geven.
Gebeden
Collecten
Collecten voor:
1. Kerk
2. Kerkelijke kassen
Geloofsbelijdenis (staande)
Geloofsbelijdenis (ELB 289)
Ik geloof in God de Vader
die een bron van vreugde is,
louter goedheid en genade,
licht in onze duisternis.
Hij, de Koning van de kosmos,
heel de schepping zingt zijn eer
heeft uit liefde mij geschapen
en tot liefde keer ik weer.

 
Ik geloof in Jezus Christus
die voor ons ter wereld kwam.
Zoon van God en Zoon des Mensen
goede Herder, Offerlam.
Door te lijden en te sterven
groot is het geheimenis
schenkt Hij mij het eeuwig leven,
dat uit God en tot God is.

 
Ik geloof dat mijn Verlosser
door de dood is heengegaan
en op Pasen, God zij glorie,
uit het graf is opgestaan.
Door het brood - dit is mijn lichaam -
door de wijn - dit is mijn bloed -
geeft de Vredevorst mij vrede,
maakt Hij alle dingen goed.
Zegen (staande)
Zegen ons Algoede (Lvdk 456: 3)
Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, uw naam ter eer!