Kerkdiensten kijken of luisteren
Er is op dit moment een uitzending uit de Dorpskerk
U kunt nu meeluisteren
Klik op ▶ afspelen
Uitzending met beeld, klik
Zondag 23 aug 2026, middagdienst
Gezamenlijke dienst van Ichthus (pkn) en Hoeksteen (cgk)
Voorganger: ds. G.M. Bijkerk (cgk)
Welkom
Psalm 96: 1, 4, 5 (nb)
Zingt voor den Heer op nieuwe wijze,
zing aarde, zing zijn naam ten prijze,
boodschap zijn heil van dag tot dag,
wek bij de volken diep ontzag
voor ’t wonder van zijn gunstbewijzen.
Brengt aan den Heer met reine handen,
brengt aan den Here offeranden,
buigt u in heil’ge feestdos neer,
erkent Hem als den enen Heer,
beeft voor Hem, volken aller landen.
Zegt tot de volken: Hij aanvaardde
de heerschappij. Zo staat de aarde
voor altijd zonder wankeling.
Hij richt der volken rechtsgeding,
Hij, die het recht ons openbaarde.
zing aarde, zing zijn naam ten prijze,
boodschap zijn heil van dag tot dag,
wek bij de volken diep ontzag
voor ’t wonder van zijn gunstbewijzen.
Brengt aan den Heer met reine handen,
brengt aan den Here offeranden,
buigt u in heil’ge feestdos neer,
erkent Hem als den enen Heer,
beeft voor Hem, volken aller landen.
Zegt tot de volken: Hij aanvaardde
de heerschappij. Zo staat de aarde
voor altijd zonder wankeling.
Hij richt der volken rechtsgeding,
Hij, die het recht ons openbaarde.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 65: 1, 2 (nb)
De stilte zingt U toe, o Here,
in uw verheven oord.
Wij zullen ons naar Sion keren
waar Gij ons bidden hoort.
Daar zal men, Heer, tot u zich wenden,
tot U komt al wat leeft,
tot U, o redder uit ellende,
die alle schuld vergeeft.
Zalig wie door U uitverkoren
mag wonen in uw hof,
hoezeer hij door zijn schuld verloren
terneerlag in het stof.
Wij worden door U begenadigd
die heilig zijt en goed.
Gij die ons in uw huis verzadigt
met alle overvloed.
in uw verheven oord.
Wij zullen ons naar Sion keren
waar Gij ons bidden hoort.
Daar zal men, Heer, tot u zich wenden,
tot U komt al wat leeft,
tot U, o redder uit ellende,
die alle schuld vergeeft.
Zalig wie door U uitverkoren
mag wonen in uw hof,
hoezeer hij door zijn schuld verloren
terneerlag in het stof.
Wij worden door U begenadigd
die heilig zijt en goed.
Gij die ons in uw huis verzadigt
met alle overvloed.
Geloofsbelijdenis
Psalm 97: 1, 6, 7 (ob)
God heerst als Opperheer;
Dat elk Hem juichend eer’.
Gij, aarde, zee en eiland,
Verheugt u in uw Heiland.
Hem dekt met majesteit
Der wolken donkerheid.
Hij vestigt Zijnen troon
Op heil’ge rijksgeboôn,
Vol recht en wijs beleid.
Beminnaars van den HEER’,
Verbreiders van Zijn eer,
Hoopt steeds op Zijn genade
En haat altoos het kwade.
Hij, die in tegenspoed
Zijn gunstgenoten hoedt,
Verleent hun onderstand,
En redt z’ uit ’s bozen hand,
Die op hun onschuld woedt.
Gods vriend’lijk aangezicht,
Heeft vrolijkheid en licht
Voor all’ oprechte harten,
Ten troost verspreid in smarten.
Juicht, vromen, om uw lot;
Verblijdt u steeds in God,
Roemt, roemt Zijn heiligheid;
Zo word’ Zijn lof verbreid
Voor al dit heilgenot.
Dat elk Hem juichend eer’.
Gij, aarde, zee en eiland,
Verheugt u in uw Heiland.
Hem dekt met majesteit
Der wolken donkerheid.
Hij vestigt Zijnen troon
Op heil’ge rijksgeboôn,
Vol recht en wijs beleid.
Beminnaars van den HEER’,
Verbreiders van Zijn eer,
Hoopt steeds op Zijn genade
En haat altoos het kwade.
Hij, die in tegenspoed
Zijn gunstgenoten hoedt,
Verleent hun onderstand,
En redt z’ uit ’s bozen hand,
Die op hun onschuld woedt.
Gods vriend’lijk aangezicht,
Heeft vrolijkheid en licht
Voor all’ oprechte harten,
Ten troost verspreid in smarten.
Juicht, vromen, om uw lot;
Verblijdt u steeds in God,
Roemt, roemt Zijn heiligheid;
Zo word’ Zijn lof verbreid
Voor al dit heilgenot.
Gebed
Bijbellezing: Daniël 12: 1-13
1In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek. 2En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. 3De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen. 5En ik, Daniël, zag, en zie, er stonden twee anderen, de één hier op de oever van de rivier, en de ander aan de overkant op de oever van de rivier. 6De één zei tegen de Man, gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen? 7Toen hoorde ik de Man, gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen. 8Ik echter, ik hoorde het wel, maar ik begreep het niet. En ik zei: Mijn Heere, wat zal het einde hiervan zijn? 9Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde. 10Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen. 11Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen. 12Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt. 13Maar u, ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming, aan het einde van de dagen.
Bijbellezing: Openbaring 5: 1-14
1En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels. 2En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken? 3Maar er was niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien. 4En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien. 5En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken. 6En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. 7En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. 8En toen Het de boekrol genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de gebeden van de heiligen. 9En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie. 10En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde. 11En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen. 12En zij zeiden met luide stem: Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging. 13En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. 14En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig ouderlingen wierpen zich neer en aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid.
Hier in Uw heiligdom (Weerklank 245)
Hier in Uw heiligdom, dicht bij de troon,
vraagt Uw aanwezigheid ons stil te zijn.
Zo komen wij tot U, met heilig ontzag,
als Uw Geest ons trekt tot U.
Rein door Uw zuiver bloed, met zekerheid,
dat wij geborgen in Uw liefde zijn.
Staan wij vrijmoedig hier en antwoordt ons hart,
op de roepstem van Uw Geest.
Heer, ik wil horen Uw zachte stem.
Laat and’re stemmen in mij zwijgen.
Open mijn ogen, Heer, opdat ik het licht,
van Uw aangezicht zal zien.
vraagt Uw aanwezigheid ons stil te zijn.
Zo komen wij tot U, met heilig ontzag,
als Uw Geest ons trekt tot U.
Rein door Uw zuiver bloed, met zekerheid,
dat wij geborgen in Uw liefde zijn.
Staan wij vrijmoedig hier en antwoordt ons hart,
op de roepstem van Uw Geest.
Heer, ik wil horen Uw zachte stem.
Laat and’re stemmen in mij zwijgen.
Open mijn ogen, Heer, opdat ik het licht,
van Uw aangezicht zal zien.
Verkondiging: Het Lam regeert!
Heilig, heilig, heilig! (Weerklank 457)
(allen)
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
vroeg in de morgen word’ U ons lied gewijd.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
(vrouwen)
Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,
werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.
Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden
van al uw englen, onvolprezen Heer.
(mannen)
Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister,
geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt.
Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister,
één en al vuur en liefde en majesteit.
(allen)
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig
hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
vroeg in de morgen word’ U ons lied gewijd.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
(vrouwen)
Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,
werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.
Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden
van al uw englen, onvolprezen Heer.
(mannen)
Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister,
geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt.
Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister,
één en al vuur en liefde en majesteit.
(allen)
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig
hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
Gebeden
Collectes voor:
1. Kerk
2. Onderhoud gebouwen
1. Kerk
2. Onderhoud gebouwen
De ware kerk des Heren (Weerklank 230: 1, 3, 5)
De ware kerk des Heren,
in Hem alleen gegrond,
geschapen Hem ter ere,
de bruid van zijn verbond,
dankt aan zijn dood het leven.
Hij is haar bruidegom.
Want God, zo staat geschreven,
zag naar zijn dienstmaagd om.
Al heeft men haar geteisterd,
al wordt zij onderdrukt,
door dwalingen verbijsterd,
door strijd uiteengerukt,
de stem der martelaren
roept uit: o Heer, hoe lang?
De nacht is vol gevaren,
de morgen vol gezang.
Met God zijn wij verbonden,
met Vader, Zoon en Geest,
met alwie overwonnen,
alwie zijn trouw geweest.
Bewijs ons uw genade,
dan zingen wij bevrijd
de glorie van uw daden,
in tijd en eeuwigheid.
in Hem alleen gegrond,
geschapen Hem ter ere,
de bruid van zijn verbond,
dankt aan zijn dood het leven.
Hij is haar bruidegom.
Want God, zo staat geschreven,
zag naar zijn dienstmaagd om.
Al heeft men haar geteisterd,
al wordt zij onderdrukt,
door dwalingen verbijsterd,
door strijd uiteengerukt,
de stem der martelaren
roept uit: o Heer, hoe lang?
De nacht is vol gevaren,
de morgen vol gezang.
Met God zijn wij verbonden,
met Vader, Zoon en Geest,
met alwie overwonnen,
alwie zijn trouw geweest.
Bewijs ons uw genade,
dan zingen wij bevrijd
de glorie van uw daden,
in tijd en eeuwigheid.
Zegen (staande)