Kerkdiensten kijken of luisteren
Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren
Klik op ▶ afspelen
Uitzending met beeld, klik
Zondag 25 jan 2026, middagdienst
Gezamenlijke dienst van Hoeksteen (cgk) en Ichthus (pkn)
Voorganger: ds. E.G. de Kruijf (pkn)
Welkom
Psalm 139: 1, 8 (nb)
Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
’t ligt alles open voor uw ogen.
Ik loof U die mijn Schepper zijt,
die met uw liefde mij geleidt,
Gij hebt mijn oerbegin aanschouwd,
in ’t diepst der aarde opgebouwd.
Niets blijft er voor uw oog verborgen.
Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
’t ligt alles open voor uw ogen.
Ik loof U die mijn Schepper zijt,
die met uw liefde mij geleidt,
Gij hebt mijn oerbegin aanschouwd,
in ’t diepst der aarde opgebouwd.
Niets blijft er voor uw oog verborgen.
Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Mijn hart wacht stil op U, o Heer (Op Toonhoogte 259: 2, 4, 5)
Onrustig leef ik, opgejaagd,
door duizend dromen uitgedaagd
die liegen, lokken en verleiden;
de boze, briesend als een leeuw,
gaat brullend rond - ik roep, ik schreeuw
tot U, o God: Kom mij bevrijden!
Ik roep, ik smeek vol ongeduld:
O Geest, als Gij mijn leven vult,
o overvloed, o milde regen,
dan wordt mijn hart verrassend rein,
dan drink ik fris uit uw fontein:
water des levens, zuiver zegen!
Met heel mijn hart verwacht ik, Heer,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!
door duizend dromen uitgedaagd
die liegen, lokken en verleiden;
de boze, briesend als een leeuw,
gaat brullend rond - ik roep, ik schreeuw
tot U, o God: Kom mij bevrijden!
Ik roep, ik smeek vol ongeduld:
O Geest, als Gij mijn leven vult,
o overvloed, o milde regen,
dan wordt mijn hart verrassend rein,
dan drink ik fris uit uw fontein:
water des levens, zuiver zegen!
Met heel mijn hart verwacht ik, Heer,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!
Gebed
Bijbeluur voor de kinderen van groep 5 t/m 8
Bijbellezing: Johannes 2:23-3:16
23En toen Hij in Jeruzalem was op het Pascha, tijdens het feest, geloofden velen in Zijn Naam, toen zij Zijn tekenen zagen die Hij deed. 24Maar Jezus Zelf vertrouwde Zichzelf aan hen niet toe, omdat Hij hen allen kende, 25en omdat Hij het niet nodig had dat iemand van de mens getuigde, want Hij wist Zelf wat in de mens was. 1En er was een mens uit de Farizeeën; zijn naam was Nicodemus, een leider van de Joden. 2Deze kwam 's nachts naar Jezus en zei tegen Hem: Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is. 3Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien. 4Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de schoot van zijn moeder ingaan en geboren worden? 5Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. 6Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. 7Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden. 8De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is. 9Nicodemus antwoordde en zei tegen Hem: Hoe kunnen deze dingen gebeuren? 10Jezus antwoordde en zei tegen hem: Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet? 11Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten en getuigen van wat Wij gezien hebben, en toch neemt u Ons getuigenis niet aan. 12Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg? 13En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is. 14En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, 15opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 16Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Meester, men zoekt U wijd en zijd (Lvdk 170: 1, 2, 6)
Meester, men zoekt U wijd en zijd,
komend langs velerlei wegen.
Oudren gaan rustig welbereid
jongeren aarzlend U tegen.
Maar vroeg of laat, ’t zij dag of nacht,
eens vindt Ge ons moe en zonder kracht,
hunkerend naar uwe zegen.
Arts aller zielen, ’t is genoeg,
als Gij ons neemt in uw hoede.
Heel toch de wond, die ’t leven sloeg,
laat ons niet hooploos verbloeden.
Spreek slechts één woord, één woord met macht,
dan krijgt ons leven nieuwe kracht.
Spreek, dan keert alles ten goede.
Koning, verheugd geloven wij
wat uw getuigen verkonden:
slechts onder uwe heerschappij
heeft ons hart vrede gevonden.
Daarom zoekt U elk mensenkind;
zoek, Herder, mij, opdat ik vind;
anders zo ga ik te gronde.
komend langs velerlei wegen.
Oudren gaan rustig welbereid
jongeren aarzlend U tegen.
Maar vroeg of laat, ’t zij dag of nacht,
eens vindt Ge ons moe en zonder kracht,
hunkerend naar uwe zegen.
Arts aller zielen, ’t is genoeg,
als Gij ons neemt in uw hoede.
Heel toch de wond, die ’t leven sloeg,
laat ons niet hooploos verbloeden.
Spreek slechts één woord, één woord met macht,
dan krijgt ons leven nieuwe kracht.
Spreek, dan keert alles ten goede.
Koning, verheugd geloven wij
wat uw getuigen verkonden:
slechts onder uwe heerschappij
heeft ons hart vrede gevonden.
Daarom zoekt U elk mensenkind;
zoek, Herder, mij, opdat ik vind;
anders zo ga ik te gronde.
Verkondiging
Jezus liefde voor mij (Sela)
Dank U mijn Vader voor al uw genade, die U liefdevol geeft.
Genade die heiligt, mijn hart heeft gereinigd, door Hem die in mij leeft.
U heeft mij in liefde aanvaard,
die mijn hart veranderd heeft.
U heeft mij rechtvaardig verklaard,
wat mij rust en vrede geeft.
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
Laat mij verder groeien, laat vruchten opbloeien van uw heilige Geest.
Maak mij overvloedig, standvastig en moedig, geef mij wat nog ontbreekt.
Heer, werk met genade in mij:
dat mijn hart U niet bedroeft.
Heer, maak mij gehoorzaam en vrij:
uw genade is mij genoeg.
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
(tussenspel)
Niets houdt mij tegen mij over te geven, aan U: Jezus alleen.
U leidt mij door diepten; met krachtige liefde draagt U, mij erdoorheen.
U heeft mij de liefde verklaard,
die mijn hart veroverd heeft.
U bent mijn bewondering waard:
U bent alles waar ik voor leef!
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
Genade die heiligt, mijn hart heeft gereinigd, door Hem die in mij leeft.
U heeft mij in liefde aanvaard,
die mijn hart veranderd heeft.
U heeft mij rechtvaardig verklaard,
wat mij rust en vrede geeft.
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
Laat mij verder groeien, laat vruchten opbloeien van uw heilige Geest.
Maak mij overvloedig, standvastig en moedig, geef mij wat nog ontbreekt.
Heer, werk met genade in mij:
dat mijn hart U niet bedroeft.
Heer, maak mij gehoorzaam en vrij:
uw genade is mij genoeg.
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
(tussenspel)
Niets houdt mij tegen mij over te geven, aan U: Jezus alleen.
U leidt mij door diepten; met krachtige liefde draagt U, mij erdoorheen.
U heeft mij de liefde verklaard,
die mijn hart veroverd heeft.
U bent mijn bewondering waard:
U bent alles waar ik voor leef!
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.
Gebeden
Geloofsbelijdenis (staande)
Geest van hierboven (Opwekking 383)
Geest van hierboven, leer ons geloven,
hopen, liefhebben door Uw kracht!
Hemelse Vrede, deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen van grote dingen,
als wij ontvangen, al ons verlangen,
met Christus opgestaan, Halleluja!
Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven,
als wij herboren Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!
Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden.
en onze Koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen,
die naar U heten en in U weten,
Dat wij Gods kind'ren zijn. Halleluja!
hopen, liefhebben door Uw kracht!
Hemelse Vrede, deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen van grote dingen,
als wij ontvangen, al ons verlangen,
met Christus opgestaan, Halleluja!
Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven,
als wij herboren Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!
Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden.
en onze Koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen,
die naar U heten en in U weten,
Dat wij Gods kind'ren zijn. Halleluja!
Kinderen komen terug van het bijbeluur
Collecten voor:
Collecten voor:
1. Kerk
2. Evangelisatie
2. Evangelisatie
Psalm 30: 1, 5 (nb)
Dank, Heer, Gij hebt het niet gedoogd
dat vreugd’ mijn vijand heeft verhoogd!
Mijn God, om hulp riep ik U aan,
en Gij schonkt mij dit nieuw bestaan!
Het donker doodsrijk met zijn dreiging
werd tot een schaduw die voorbijging.
Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei!
Mijn rouwkleed hebt Gij weggedaan,
uw vreugdekleed deedt Gij mij aan,
dat ik zou zingen tot uw ere
in eeuwigheid, mijn God, mijn Here!
dat vreugd’ mijn vijand heeft verhoogd!
Mijn God, om hulp riep ik U aan,
en Gij schonkt mij dit nieuw bestaan!
Het donker doodsrijk met zijn dreiging
werd tot een schaduw die voorbijging.
Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei!
Mijn rouwkleed hebt Gij weggedaan,
uw vreugdekleed deedt Gij mij aan,
dat ik zou zingen tot uw ere
in eeuwigheid, mijn God, mijn Here!
Zegen (staande)