Kerkdiensten kijken of luisteren

Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren

Klik op ▶ afspelen

 
Uitzending met beeld, klik   hier om te kijken.


Zondag 3 mei 2026, middagdienst

Voorganger: ds. G.M. Bijkerk
Welkom
Hier in Uw heiligdom (Op Toonhoogte 245)
Hier in Uw heiligdom, dicht bij de troon,
vraagt Uw aanwezigheid ons stil te zijn.
Zo komen wij tot U, met heilig ontzag,
als Uw Geest ons trekt tot U.

 
Rein door Uw zuiver bloed, met zekerheid,
dat wij geborgen in Uw liefde zijn.
Staan wij vrijmoedig hier en antwoordt ons hart,
op de roepstem van Uw Geest.

 
Heer, ik wil horen Uw zachte stem.
Laat and’re stemmen in mij zwijgen.
Open mijn ogen, Heer, opdat ik het licht,
van Uw aangezicht zal zien.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 27: 1, 7 (nb)
Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en Here!
Waar is het duister dat mij onheil baart?
Mijn hoge burcht is Hij, niets kan mij deren,
in zijn bescherming ben ik wel bewaard!
Of zich de boosheid tegen mij verbindt
en op mij loert opdat zij mij verslindt,
ik ken geen angst voor nood en overval:
het is de Heer die mij behouden zal!
 
O als ik niet met opgeheven hoofde
zijn heil van dag tot dag verwachten mocht!
O als ik van zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor die Hem zocht!
Wees dapper, hart, houd altijd goede moed!
Hij is getrouw, de bron van alle goed!
Wacht op den Heer, die u in zwakheid schraagt,
wacht op den Heer en houd u onversaagd.
Geloofsbelijdenis
Psalm 46: 1, 4 (ob)
God is een toevlucht voor de Zijnen,
Hun sterkt’, als zij door droefheid kwijnen;
Zij werden steeds Zijn hulp gewaar,
In zielsbenauwdheid, in gevaar;
Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,
Schoon d’ aard’ uit hare plaats mocht wijken,
Schoon ’t hoogst gebergt’, uit zijne steê,
Verzet wierd in het hart der zee.
 
De HEER’, de God der legerscharen,
Is met ons, hoedt ons in gevaren.
De HEER’ de God van Jakobs zaad,
Is ons een burg, een toeverlaat.
Komt, wilt op ’s HEEREN daden merken;
Aanschouwt des Hoogsten grote werken;
Zijn macht, die nooit te stuiten is,
Maakt d’ aarde tot een wildernis.
Gebed
Bijbeluur voor de kinderen van groep 5 t/m 8
Bijbellezing: Psalmen 91:1-16
1Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. 2Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw! 3Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger, van de zeer verderfelijke pest. 4Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen, Zijn trouw is een schild en een pantser. 5U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht, voor de pijl die overdag aan komt vliegen, 6voor de pest, die in het donker rondgaat, voor het verderf dat midden op de dag verwoest. 7Al zullen er duizend vallen aan uw zijde en tienduizend aan uw rechterhand - bij u zal het onheil niet komen. 8Slechts met uw ogen zult u het aanschouwen, u zult de vergelding aan de goddelozen zien. 9Want U, HEERE, bent mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt u tot uw woning gemaakt. 10Geen onheil zal u overkomen, geen plaag zal uw tent naderen. 11Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen. 12Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot. 13Op de felle leeuw en de adder zult u trappen, u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen. 14Omdat hij liefde voor Mij opgevat heeft, zegt God, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem in een veilige vesting zetten, want hij kent Mijn Naam. 15Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren, in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn, Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken. 16Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen, Ik zal hem Mijn heil doen zien.
Bijbellezing: Lukas 13:31-35
31Op diezelfde dag kwamen er enige Farizeeën en zeiden tegen Hem: Ga weg en vertrek vanhier, want Herodes wil U doden. 32En Hij zei tegen hen: Ga heen en zeg die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en verricht genezingen, vandaag en morgen, en op de derde dag word Ik voleindigd. 33Intussen moet Ik heden en morgen en de dag daarna reizen. Het gaat immers niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem. 34Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt die naar u toe gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels, maar u hebt niet gewild! 35Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Voorwaar, Ik zeg u dat u Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn dat u zult zeggen: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere.
Psalm 91: 1, 2 (nb)
Heil hem wien God een plaats bereidt
in zijn verheven woning:
hij overnacht in veiligheid
bij een almachtig koning.
Ik zeg tot God: Gij zijt mijn schild,
mijn toevlucht en mijn veste,
op U vertrouw ik, Heer, Gij wilt
voor mij altijd het beste.
 
God redt uw ziel van nood en dood,
Hij heeft u aangenomen:
een vogel, die ternauwernood
is aan de strik ontkomen.
De Heer zal over uw bestaan
zijn sterke vleugels breiden.
Hij is, in trouw u toegedaan,
uw schild en pantser beide.
Bijbellezing: Romeinen 8:31-39
31Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? 32Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? 33Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. 34Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit. 35Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? 36(Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.) 37Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. 38Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, 39noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.
Psalm 91: 7, 8 (nb)
„Omdat hij Mij zijn hart toewendt”,
spreekt God, „zal Ik hem leiden;
omdat hij Mij bij name kent,
hem dekken en bevrijden.
Roept hij Mij aan, dan antwoord Ik,
is hij in angst en vreze,
dan kom Ik nog dat ogenblik
om hem nabij te wezen.”
 
„Ik zal hem redden uit de nood”,
spreekt God, „en hem verhogen;
dat hij Mij toebehoort, zal groot
verschijnen voor elks ogen.
Ik zal hem ’t leven, tot zijn vreugd,
verlengen, lange jaren,
en ’t heil dat eindeloos verheugt
in volheid openbaren.”
Verkondiging: U bent mijn schuilplaats Heer!
U bent mijn schuilplaats Heer (Op Toonhoogte 211)
U bent mijn schuilplaats Heer,
U vult mijn hart steeds weer,
met een verlossingslied.
Telkens als ik angstig ben, steun ik op U.
Ik vertrouw op U.
Als ik zwak ben, ben ik sterk,
in de kracht van mijn Heer.

 
(tussenspel)
 
U bent mijn schuilplaats Heer,
U vult mijn hart steeds weer,
met een verlossingslied.
Telkens als ik angstig ben, steun ik op U.
Ik vertrouw op U.
Als ik zwak ben, ben ik sterk,
in de kracht van mijn Heer.
Gebeden
Kinderen komen terug van bijbeluur
Collectes voor:
1. Kerk
2. ICF Utrecht (zendingsgemeente)
Toekomst vol van hoop (Sela)
In de nacht van strijd en zorgen
kijken wij naar U omhoog,
biddend om een nieuwe morgen,
om een toekomst vol van hoop.

 
Ook al zijn er duizend vragen,
al begrijpen wij U niet,
U blijft ons met liefde dragen,
U die alles overziet.

 
U geeft een toekomst vol van hoop;
dat heeft U aan ons beloofd.
Niemand anders, U alleen,
leidt ons door dit leven heen.

 
U heeft ons geluk voor ogen.
Jezus heeft het ons gebracht.
Mens, als wij, voor ons gebroken
in de allerzwartste nacht.

 
U geeft een toekomst vol van hoop;
dat heeft U aan ons beloofd.
Niemand anders, U alleen,
leidt ons door dit leven heen.

 
(tussenspel)
 
U bent God, de Allerhoogste,
God van onbegrensde macht.
Wij geloven en wij hopen
op het einde van de nacht.

 
U geeft een toekomst vol van hoop;
dat heeft U aan ons beloofd.
Niemand anders, U alleen,
leidt ons door dit leven heen.

 
U geeft een toekomst vol van hoop;
dat heeft U aan ons beloofd.
Niemand anders, U alleen,
leidt ons door dit leven heen.

 
U geeft een toekomst vol van hoop;
dat heeft U aan ons beloofd.
Niemand anders, U alleen,
leidt ons door dit leven heen.
Zegen (staande)