Kerkdiensten kijken of luisteren
Er is op dit moment een uitzending uit de Dorpskerk
U kunt nu meeluisteren
Klik op ▶ afspelen
Uitzending met beeld, klik
Zondag 2 aug 2026, middagdienst
Gezamenlijke dienst van Ichthus (pkn) en Hoeksteen (cgk)
Voorganger: ds. G.C. Klok (pkn)
Welkom
Psalm 40: 4 (ob)
Brandofferen, noch offer voor de schuld,
Voldeden aan Uw eis, noch eer.
Toen zeid’ ik: „Zie, ik kom, o HEER’;
De rol des boeks is met Mijn Naam vervuld,
Mijn ziel, U opgedragen,
Wil U alleen behagen.
Mijn liefd’ en ijver brandt;
Ik draag Uw heil’ge wet,
Die Gij den sterv’ling zet,
In ’t binnenst’ ingewand.”
Voldeden aan Uw eis, noch eer.
Toen zeid’ ik: „Zie, ik kom, o HEER’;
De rol des boeks is met Mijn Naam vervuld,
Mijn ziel, U opgedragen,
Wil U alleen behagen.
Mijn liefd’ en ijver brandt;
Ik draag Uw heil’ge wet,
Die Gij den sterv’ling zet,
In ’t binnenst’ ingewand.”
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 40: 8 (ob)
Verheug het volk, verblijd hen allen, HEER’,
Die naar U zoeken t’ elken stond’;
Leg steeds Uw vrienden in den mond:
„Den groten God zij eeuwig lof en eer!”
Schoon ’k arm ben en ellendig,
Denkt God aan mij bestendig;
Gij zijt mijn hulp, mijn kracht,
Mijn redder, o mijn God,
Bestierder van mijn lot,
Vertoef niet, hoor mijn klacht.
Die naar U zoeken t’ elken stond’;
Leg steeds Uw vrienden in den mond:
„Den groten God zij eeuwig lof en eer!”
Schoon ’k arm ben en ellendig,
Denkt God aan mij bestendig;
Gij zijt mijn hulp, mijn kracht,
Mijn redder, o mijn God,
Bestierder van mijn lot,
Vertoef niet, hoor mijn klacht.
Gebed
Ere zij aan God, de Vader (Weerklank 427: 1, 4)
Ere zij aan God, de Vader,
ere zij aan God, de Zoon,
eer de Heilge Geest, de Trooster,
de Drie-eenge in zijn troon.
Halleluja, halleluja,
de Drie-eenge in zijn troon!
Halleluja, lof, aanbidding
brengen eng'len U ter eer,
heerlijkheid en kracht en machten
legt uw schepping voor U neer.
Halleluja, halleluja,
lof zij U, der heren Heer!
ere zij aan God, de Zoon,
eer de Heilge Geest, de Trooster,
de Drie-eenge in zijn troon.
Halleluja, halleluja,
de Drie-eenge in zijn troon!
Halleluja, lof, aanbidding
brengen eng'len U ter eer,
heerlijkheid en kracht en machten
legt uw schepping voor U neer.
Halleluja, halleluja,
lof zij U, der heren Heer!
Bijbellezing: Johannes 5: 19-47
19Jezus dan antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze. 20Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij doet, en Hij zal Hem grotere werken laten zien dan deze, opdat u zich verwondert. 21Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. 22Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven, 23opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft. 24Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven. 25Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven. 26Want zoals de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf; 27en Hij heeft Hem ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is. 28Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, 29en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis. 30Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft. 31Als Ik van Mijzelf getuig, is Mijn getuigenis niet waar. 32Er is een Ander Die van Mij getuigt, en Ik weet dat het getuigenis dat Hij van Mij getuigt waar is. 33U hebt mensen naar Johannes gestuurd, en hij heeft van de waarheid getuigd. 34Ik grijp echter niet naar het getuigenis van een mens, maar dit zeg Ik opdat u behouden wordt. 35Hij was de brandende en lichtgevende lamp, en u hebt u voor een korte tijd in zijn licht willen verheugen. 36Maar Ik heb een getuigenis dat groter is dan dat van Johannes, want de werken die de Vader Mij gegeven heeft om die te volbrengen, juist die werken die Ik doe, getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft. 37En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien. 38En Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft. 39U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. 40En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt. 41Eer van mensen neem Ik niet aan, 42maar Ik ken u: u bezit zelf de liefde van God niet. 43Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen. 44Hoe kunt u geloven, u die eer van elkaar aanneemt en de eer van de enige God niet zoekt? 45Denk niet dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; die u aanklaagt, is Mozes, op wie u uw hoop gevestigd hebt. 46Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. 47Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?
Psalm 118: 1, 11 (ob)
Laat ieder ’s HEEREN goedheid loven;
Want goed is d’ Oppermajesteit:
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!
Laat Isrel nu Gods goedheid loven,
En zeggen: „Roemt Gods Majesteit!
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!”
De steen, dien door de tempelbouwers
Veracht’lijk was een plaats ontzegd,
Is, tot verbazing der beschouwers,
Van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
Door ’s HEEREN hand alleen geschied;
Het is een wonder in onz’ ogen:
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet.
Want goed is d’ Oppermajesteit:
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!
Laat Isrel nu Gods goedheid loven,
En zeggen: „Roemt Gods Majesteit!
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!”
De steen, dien door de tempelbouwers
Veracht’lijk was een plaats ontzegd,
Is, tot verbazing der beschouwers,
Van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
Door ’s HEEREN hand alleen geschied;
Het is een wonder in onz’ ogen:
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet.
Verkondiging
Heb dank, o God van alle leven (Weerklank 330: 1, 2)
Heb dank, o God van alle leven,
die zijt alleen Uzelf bekend,
dat Gij uw woord ons hebt gegeven,
uw licht en liefd’ ons toegewend.
Nu rijst uit elke nacht uw morgen,
nu wijkt uw troost niet meer van d’ aard,
en wat voor wijzen bleef verborgen
werd kinderen geopenbaard.
En of een mens al diep verloren
en ver van U verzworven is,
Gij noemt zijn naam, hij is herboren,
vernieuwd door uw getuigenis.
Uw woord, dat spreekt in alle talen,
heeft uit het graf ons opgericht,
doet ons in vrijheid ademhalen
en leven voor uw aangezicht.
die zijt alleen Uzelf bekend,
dat Gij uw woord ons hebt gegeven,
uw licht en liefd’ ons toegewend.
Nu rijst uit elke nacht uw morgen,
nu wijkt uw troost niet meer van d’ aard,
en wat voor wijzen bleef verborgen
werd kinderen geopenbaard.
En of een mens al diep verloren
en ver van U verzworven is,
Gij noemt zijn naam, hij is herboren,
vernieuwd door uw getuigenis.
Uw woord, dat spreekt in alle talen,
heeft uit het graf ons opgericht,
doet ons in vrijheid ademhalen
en leven voor uw aangezicht.
Gebeden
Collectes voor:
1. Kerk
2. Jeugdwerk
1. Kerk
2. Jeugdwerk
Geloofsbelijdenis
Psalm 138: 2 (ob)
Door al Uw deugden aangespoord,
Hebt Gij Uw woord
En trouw verheven.
Gij hebt mijn ziel op haar gebed,
Verhoord, gered,
Haar kracht gegeven.
Al ’s aardrijks vorsten zullen, HEER’,
Uw lof en eer
Alom doen horen,
Wanneer de rede van Uw mond,
Op ’t wereldrond,
Hun klinkt in d’ oren.
Hebt Gij Uw woord
En trouw verheven.
Gij hebt mijn ziel op haar gebed,
Verhoord, gered,
Haar kracht gegeven.
Al ’s aardrijks vorsten zullen, HEER’,
Uw lof en eer
Alom doen horen,
Wanneer de rede van Uw mond,
Op ’t wereldrond,
Hun klinkt in d’ oren.
Zegen (staande)