Kerkdiensten kijken of luisteren
Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren
Klik op ▶ afspelen
Uitzending met beeld, klik
Zondag 22 mrt 2026, middagdienst
Voorganger: ds. R.C. Verburg
Welkom
Ik wil mij gaan vertroosten (Nieuw Liedboek 562)
Ik wil mij gaan vertroosten in ’t lijden van mijn Heer,
die zelf bedroefd ten dode terneer boog keer op keer
en zocht in zijn ellende naar troost om voort te gaan,
tot Hem wil ik mij wenden - o Jesu, zie mij aan.
Hoe sloeg ik ooit uw wonden weerspannig in de wind,
wilde niet zien of horen hoezeer ik werd bemind,
mijn leven liep verloren, uw stem bracht mij tot staan,
U bidt voor wie U hoonden - o Jesu, zie mij aan.
Mijn Heer die om mijn zonden in doem en duisternis
ontluisterd en geschonden aan ’t kruis gehangen is,
al ben ik U onwaardig, mijn toevlucht is uw naam,
mijn redder, mijn genade - o Jesu, zie mij aan.
die zelf bedroefd ten dode terneer boog keer op keer
en zocht in zijn ellende naar troost om voort te gaan,
tot Hem wil ik mij wenden - o Jesu, zie mij aan.
Hoe sloeg ik ooit uw wonden weerspannig in de wind,
wilde niet zien of horen hoezeer ik werd bemind,
mijn leven liep verloren, uw stem bracht mij tot staan,
U bidt voor wie U hoonden - o Jesu, zie mij aan.
Mijn Heer die om mijn zonden in doem en duisternis
ontluisterd en geschonden aan ’t kruis gehangen is,
al ben ik U onwaardig, mijn toevlucht is uw naam,
mijn redder, mijn genade - o Jesu, zie mij aan.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 116: 1, 2, 3 (nb)
God heb ik lief, want die getrouwe Heer
nam, toen ik riep, met toegenegen oren
mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen
en levenslang ben ik niet eenzaam meer.
Toen de benauwdheid dreigend op mij viel
en angsten voor het doodsrijk mij bekropen,
heb ik de naam des Heren aangeroepen
en weende: Heer mijn God, bewaar mijn ziel!
Hij is goedgunstig
in gerechtigheid,
Hij wil zich altijd
over ons ontfermen.
Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.
Rust nu, mijn ziel, de Heer heeft u bevrijd.
nam, toen ik riep, met toegenegen oren
mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen
en levenslang ben ik niet eenzaam meer.
Toen de benauwdheid dreigend op mij viel
en angsten voor het doodsrijk mij bekropen,
heb ik de naam des Heren aangeroepen
en weende: Heer mijn God, bewaar mijn ziel!
Hij is goedgunstig
in gerechtigheid,
Hij wil zich altijd
over ons ontfermen.
Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.
Rust nu, mijn ziel, de Heer heeft u bevrijd.
Gebed
Bijbeluur voor de kinderen van groep 5 t/m 8
Bijbellezing: Psalmen 86: 8-13
8Onder de goden is niemand U gelijk, Heere; werken als de Uwe zijn er niet. 9Al de heidenvolken, die U gemaakt hebt, Heere, zullen komen, zich voor Uw aangezicht neerbuigen en Uw Naam eren. 10Want U bent groot en doet wonderen, U bent God, U alleen. 11Leer mij, HEERE, Uw weg, ik zal in Uw waarheid wandelen, maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen. 12Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn hart, ik zal Uw Naam voor eeuwig eren. 13Want Uw goedertierenheid is groot over mij, U hebt mijn ziel aan het diepst van het graf ontrukt.
Bijbellezing: Mattheüs 6: 19-24
19Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; 20maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; 21want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 22De lamp van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn; 23maar als uw oog kwaadaardig is, zal heel uw lichaam duister zijn. Als het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis zelf! 24Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon.
Psalm 86: 4, 5 (nb)
Leer mij naar uw wil te hand’len,
laat mij in uw waarheid wand’len.
Voeg geheel mijn hart tezaam
tot de vrees van uwen naam.
Heer mijn God, ik zal U loven,
heffen ’t ganse hart naar boven.
Ja, uw naam en majesteit
loof ik tot in eeuwigheid.
Gij zijt groot en zeer verheven,
Gij doet wond’ren aan ons leven.
Gij zijt God, ja Gij alleen,
goedertieren om ons heen.
Heer, Gij hebt mij aangenomen,
mij weer tot het licht doen komen
uit de diepten van de dood.
Ja, uw goedheid is zeer groot.
laat mij in uw waarheid wand’len.
Voeg geheel mijn hart tezaam
tot de vrees van uwen naam.
Heer mijn God, ik zal U loven,
heffen ’t ganse hart naar boven.
Ja, uw naam en majesteit
loof ik tot in eeuwigheid.
Gij zijt groot en zeer verheven,
Gij doet wond’ren aan ons leven.
Gij zijt God, ja Gij alleen,
goedertieren om ons heen.
Heer, Gij hebt mij aangenomen,
mij weer tot het licht doen komen
uit de diepten van de dood.
Ja, uw goedheid is zeer groot.
Verkondiging: Verenig mijn hart
Neem mijn leven (Lvdk 473: 1, 8, 9, 10)
Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.
Neem en weeg mijn staat en stand
in de weegschaal van uw hand.
Maak dat ik in deemoed leer
knecht te zijn, als Gij, o Heer.
Neem en zegen alle vreugd,
al ’t geluk dat mij verheugt.
Maak dat ik mij nimmer schaam
mens te wezen in uw naam.
Neem ook mijne liefde, Heer,
’k leg voor U haar schatten neer.
Neem mijzelf en voor altijd
ben ik aan U toegewijd.
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.
Neem en weeg mijn staat en stand
in de weegschaal van uw hand.
Maak dat ik in deemoed leer
knecht te zijn, als Gij, o Heer.
Neem en zegen alle vreugd,
al ’t geluk dat mij verheugt.
Maak dat ik mij nimmer schaam
mens te wezen in uw naam.
Neem ook mijne liefde, Heer,
’k leg voor U haar schatten neer.
Neem mijzelf en voor altijd
ben ik aan U toegewijd.
Gebeden
Kinderen komen terug van het bijbeluur
Collecten voor:
Collecten voor:
1. Kerk
2. Missionaire werk (CGK) Bunde-Meerssen
2. Missionaire werk (CGK) Bunde-Meerssen
Geloofsbelijdenis (staande)
Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt (Lvdk 392: 1, 4, 5)
Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.
Ik vrees geen kwaad, want bij mij is de Heer.
Tranen en leed zijn nu niet bitter meer.
Waar is uw prikkel, dood, wat dreigt ge mij?
Ik triomfeer, mij is de Heer nabij.
Houd, Heer, uw kruis hoog voor mijn brekend oog,
licht in het duister, wijs de weg omhoog.
Uw dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
In dood en leven, Heer, wees Gij nabij.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.
Ik vrees geen kwaad, want bij mij is de Heer.
Tranen en leed zijn nu niet bitter meer.
Waar is uw prikkel, dood, wat dreigt ge mij?
Ik triomfeer, mij is de Heer nabij.
Houd, Heer, uw kruis hoog voor mijn brekend oog,
licht in het duister, wijs de weg omhoog.
Uw dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
In dood en leven, Heer, wees Gij nabij.
Zegen (staande)