Kerkdiensten kijken of luisteren
Er is op dit moment een uitzending
U kunt nu meeluisteren
Klik op ▶ afspelen
Uitzending met beeld, klik
Zondag 10 mei 2026, middagdienst
Voorganger: ds. F.R. Bruintjes (ngk)
Welkom
Psalm 99: 1, 3 (nb)
God is Koning, Hij
sticht zijn heerschappij.
Volken, hoort zijn stem.
Buigt u, beeft voor Hem,
die met macht gekroond
op de cherubs troont.
Aarde, word bewogen,
beef voor zijn vermogen.
Niet op bruut geweld
hebt G’ uw macht gesteld.
Gij o Koning, zegt:
Ik bemin het recht.
Onder uw beleid
heerst gerechtigheid;
uw verbond heeft leven
aan uw volk gegeven.
sticht zijn heerschappij.
Volken, hoort zijn stem.
Buigt u, beeft voor Hem,
die met macht gekroond
op de cherubs troont.
Aarde, word bewogen,
beef voor zijn vermogen.
Niet op bruut geweld
hebt G’ uw macht gesteld.
Gij o Koning, zegt:
Ik bemin het recht.
Onder uw beleid
heerst gerechtigheid;
uw verbond heeft leven
aan uw volk gegeven.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Halleluja, lof zij de Heer (LvdK 258: 1, 2, 3)
Halleluja, lof zij de Heer!
Aanbidt de Vader, geeft Hem eer,
de Schepper aller dingen!
De roem van zijn barmhartigheid,
zijn wijsheid, macht en majesteit
moet al het schepsel zingen.
Halleluja, lof zij de Zoon,
gedaald van ’s hemels hoge troon
tot heil van stervelingen!
Hem, die voor onze zonden stierf,
ons ’t leven door zijn dood verwierf,
moet al het schepsel zingen.
Halleluja, de Geest zij eer!
Als in zijn tempel daalt Hij neer
in ’t hart van stervelingen!
Hem, die ons troost en leert en leidt,
en voor de hemel toebereidt,
moet al het schepsel zingen.
Aanbidt de Vader, geeft Hem eer,
de Schepper aller dingen!
De roem van zijn barmhartigheid,
zijn wijsheid, macht en majesteit
moet al het schepsel zingen.
Halleluja, lof zij de Zoon,
gedaald van ’s hemels hoge troon
tot heil van stervelingen!
Hem, die voor onze zonden stierf,
ons ’t leven door zijn dood verwierf,
moet al het schepsel zingen.
Halleluja, de Geest zij eer!
Als in zijn tempel daalt Hij neer
in ’t hart van stervelingen!
Hem, die ons troost en leert en leidt,
en voor de hemel toebereidt,
moet al het schepsel zingen.
Gebed
Catechismus zondag 8
Vraag 24: Hoe worden deze artikelen ingedeeld?
Antwoord: In drie delen. Het eerste handelt over God de Vader en onze schepping, het tweede over God de Zoon en onze verlossing, het derde over God de Heilige Geest en onze heiliging.
Vraag 25: Wanneer er maar één enig goddelijk Wezen is, waarom spreekt gij dan van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?
Antwoord: Omdat God Zich in zijn Woord zo geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Antwoord: In drie delen. Het eerste handelt over God de Vader en onze schepping, het tweede over God de Zoon en onze verlossing, het derde over God de Heilige Geest en onze heiliging.
Vraag 25: Wanneer er maar één enig goddelijk Wezen is, waarom spreekt gij dan van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?
Antwoord: Omdat God Zich in zijn Woord zo geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Psalm 31: 1, 4 (nb)
Op U vertrouw ik, Heer der Heren,
Gij die mijn sterkte zijt.
Om uw gerechtigheid
wil nimmer mij de rug toekeren.
Betoon mij uw nabijheid
en stel mij in de vrijheid.
In uwe handen, God almachtig,
beveel ik nu mijn geest.
Mijn hart is onbevreesd.
Ik ben altijd uw trouw indachtig,
mijn God, die als ik schreide
mij troostte en bevrijdde.
Gij die mijn sterkte zijt.
Om uw gerechtigheid
wil nimmer mij de rug toekeren.
Betoon mij uw nabijheid
en stel mij in de vrijheid.
In uwe handen, God almachtig,
beveel ik nu mijn geest.
Mijn hart is onbevreesd.
Ik ben altijd uw trouw indachtig,
mijn God, die als ik schreide
mij troostte en bevrijdde.
Bijbellezing: Johannes 1: 1, 14, 18
1In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
14En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
18Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard.
14En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
18Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard.
Bijbellezing: Johannes 14: 6-11
6Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. 7Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien. 8Filippus zei tegen Hem: Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg. 9Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; en hoe kunt u dan zeggen: Laat ons de Vader zien? 10Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken. 11Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf.
Bijbellezing: Johannes 17: 1-3, 9-11
1Dit sprak Jezus, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, 2zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. 3En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.
9Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. 10En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. 11En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.
9Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. 10En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. 11En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.
Bijbellezing: 1 Johannes 4: 7-8
7Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. 8Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
Psalm 111: 1, 2, 6 (nb)
Van ganser harte loof ik Hem
in ’t midden van Jeruzalem,
den Heer in ’t midden der getrouwen.
Groot zijn de daden van den Heer,
Hij doet wie lust heeft aan zijn leer
de schoonheid van zijn heil aanschouwen.
Zijn doen is louter majesteit,
zijn luister, zijn gerechtigheid
houdt eeuwig stand, blijft eeuwig gelden.
Genadig en barmhartig is
de Heer, en zijn gedachtenis
eeuwig waar Hij zijn daden stelde.
Van alle wijsheid het begin
is: vrees den Heer met ziel en zin,
aanbid zijn wil met vrees en beven.
Dit is het helderste verstand.
Loof Hem, zijn lof houdt eeuwig stand.
Wie Hem verhoogt zal met Hem leven.
in ’t midden van Jeruzalem,
den Heer in ’t midden der getrouwen.
Groot zijn de daden van den Heer,
Hij doet wie lust heeft aan zijn leer
de schoonheid van zijn heil aanschouwen.
Zijn doen is louter majesteit,
zijn luister, zijn gerechtigheid
houdt eeuwig stand, blijft eeuwig gelden.
Genadig en barmhartig is
de Heer, en zijn gedachtenis
eeuwig waar Hij zijn daden stelde.
Van alle wijsheid het begin
is: vrees den Heer met ziel en zin,
aanbid zijn wil met vrees en beven.
Dit is het helderste verstand.
Loof Hem, zijn lof houdt eeuwig stand.
Wie Hem verhoogt zal met Hem leven.
Verkondiging
Heilig, heilig, heilig! (LvdK 457: 4, 3, 2)
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig
hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister,
geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt.
Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister,
één en al vuur en liefde en majesteit.
Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,
werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.
Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden
van al uw englen, onvolprezen Heer.
hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt.
Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister,
geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt.
Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister,
één en al vuur en liefde en majesteit.
Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,
werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.
Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden
van al uw englen, onvolprezen Heer.
Gebeden
Collectes
1. kerk, 2. onderhoud gebouwen
Ere zij aan God, de Vader (LvdK 255: 1, 2, 4)
Ere zij aan God, de Vader,
ere zij aan God, de Zoon,
eer de Heilge Geest, de Trooster,
de Drie-eenge in zijn troon.
Halleluja, halleluja,
de Drie-eenge in zijn troon!
Ere zij aan Hem, wiens liefde
ons van alle smet bevrijdt,
eer zij Hem die ons gekroond heeft,
koningen in heerlijkheid.
Halleluja, halleluja,
ere zij het Lam gewijd.
Halleluja, lof, aanbidding
brengen eng'len U ter eer,
heerlijkheid en kracht en machten
legt uw schepping voor U neer.
Halleluja, halleluja,
lof zij U, der heren Heer!
ere zij aan God, de Zoon,
eer de Heilge Geest, de Trooster,
de Drie-eenge in zijn troon.
Halleluja, halleluja,
de Drie-eenge in zijn troon!
Ere zij aan Hem, wiens liefde
ons van alle smet bevrijdt,
eer zij Hem die ons gekroond heeft,
koningen in heerlijkheid.
Halleluja, halleluja,
ere zij het Lam gewijd.
Halleluja, lof, aanbidding
brengen eng'len U ter eer,
heerlijkheid en kracht en machten
legt uw schepping voor U neer.
Halleluja, halleluja,
lof zij U, der heren Heer!
Geloofsbelijdenis (staande)
De dag, door uwe gunst ontvangen (LvdK 393: 1, 2, 3, 4)
De dag, door uwe gunst ontvangen,
is weer voorbij, de nacht genaakt;
en dankbaar klinken onze zangen
tot U, die ’t licht en ’t duister maakt.
Die dan, als onze beden zwijgen,
als hier het daglicht onderduikt,
weer nieuwe zangen op doet stijgen,
ginds waar de nieuwe dag ontluikt.
Zodat de dank, U toegezonden,
op aard nooit onderbroken wordt,
maar steeds opnieuw door mensenmonden
gezongen en gesproken wordt.
Voorwaar, de aarde zal getuigen
van U, die thans en eeuwig zijt,
tot al uw schepselen zich buigen
voor uwe liefd’ en majesteit.
is weer voorbij, de nacht genaakt;
en dankbaar klinken onze zangen
tot U, die ’t licht en ’t duister maakt.
Die dan, als onze beden zwijgen,
als hier het daglicht onderduikt,
weer nieuwe zangen op doet stijgen,
ginds waar de nieuwe dag ontluikt.
Zodat de dank, U toegezonden,
op aard nooit onderbroken wordt,
maar steeds opnieuw door mensenmonden
gezongen en gesproken wordt.
Voorwaar, de aarde zal getuigen
van U, die thans en eeuwig zijt,
tot al uw schepselen zich buigen
voor uwe liefd’ en majesteit.
Zegen (staande)