Kerkdiensten kijken of luisteren
Er is op dit moment een uitzending uit de Dorpskerk
U kunt nu meeluisteren
Klik op ▶ afspelen
Uitzending met beeld, klik
Zondag 9 aug 2026, middagdienst
Gezamenlijke dienst van Ichthus (pkn) en Hoeksteen (cgk)
Voorganger: ds. H. de Bruijne (cgk)
Welkom
Loof God, die zegent al wat leeft (NLB 273: 1, 3, 4, 5)
Loof God, die zegent al wat leeft,
der hemelen Heer is Hij,
die tussen ons zijn woning heeft.
Die ver is, is nabij.
Loof God, zijn vinger wijst ons aan,
een toren in de tijd,
dat het ten hemel toe moet gaan,
en gaat in eeuwigheid.
Loof God, want Hij spreekt onze taal,
Hij troont op onze lof.
In woord en doop en avondmaal
houdt Hij bij ons zijn hof.
Loof God, die ons aan tafel vraagt,
loof bruid, uw Bruidegom.
Ik loof U die mijn leven draagt,
o lieve God, ik kom.
der hemelen Heer is Hij,
die tussen ons zijn woning heeft.
Die ver is, is nabij.
Loof God, zijn vinger wijst ons aan,
een toren in de tijd,
dat het ten hemel toe moet gaan,
en gaat in eeuwigheid.
Loof God, want Hij spreekt onze taal,
Hij troont op onze lof.
In woord en doop en avondmaal
houdt Hij bij ons zijn hof.
Loof God, die ons aan tafel vraagt,
loof bruid, uw Bruidegom.
Ik loof U die mijn leven draagt,
o lieve God, ik kom.
Stil gebed, votum en groet (staande)
Psalm 99: 1, 3 (nb)
God is Koning, Hij
sticht zijn heerschappij.
Volken, hoort zijn stem.
Buigt u, beeft voor Hem,
die met macht gekroond
op de cherubs troont.
Aarde, word bewogen,
beef voor zijn vermogen.
Niet op bruut geweld
hebt G’ uw macht gesteld.
Gij o Koning, zegt:
Ik bemin het recht.
Onder uw beleid
heerst gerechtigheid;
uw verbond heeft leven
aan uw volk gegeven.
sticht zijn heerschappij.
Volken, hoort zijn stem.
Buigt u, beeft voor Hem,
die met macht gekroond
op de cherubs troont.
Aarde, word bewogen,
beef voor zijn vermogen.
Niet op bruut geweld
hebt G’ uw macht gesteld.
Gij o Koning, zegt:
Ik bemin het recht.
Onder uw beleid
heerst gerechtigheid;
uw verbond heeft leven
aan uw volk gegeven.
Gebed
Bijbellezing: Psalmen 24: 1-10
1Een psalm van David. De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er wonen.2Want Híj heeft haar gegrondvest op de zeeën en haar vastgezet op de rivieren. 3Wie zal de berg van de HEERE beklimmen? Wie zal staan in Zijn heilige plaats?4Wie rein is van handen en zuiver van hart, wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert. 5Hij zal zegen ontvangen van de HEERE en gerechtigheid van de God van zijn heil.6Dat is het geslacht van hen die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken; dat is Jakob. [ Sela] 7Hef uw hoofden op, o poorten, en verhef u, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat.8Wie is deze Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in de strijd. 9Hef uw hoofden op, o poorten, ja, verhef ze, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat.10Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE van de legermachten, Hij is de Koning der ere. [ Sela]
Psalm 24: 1, 2, 3 (ob)
Al d’ aard’ en alles wat zij geeft,
Met al wat zich beweegt en leeft,
Zijn ’t wettig eigendom des HEEREN.
Hij heeft z’, in haren ochtendstond,
Op ongemeten zeên gegrond,
Doorsneden met rivier en meren.
Wie klimt den berg des HEEREN op?
Wie zal dien Godgewijden top,
Voor ’t oog van Sions God, betreden?
De man, die, rein van hart en hand,
Zich niet aan ijdelheid verpandt,
En geen bedrog pleegt in zijn eden.
Die zal, door ’s HEEREN gunst geleid,
En zegen en gerechtigheid
Van God, den God zijns heils ontvangen.
Dit ’s Jakob, dit is ’t vroom geslacht,
Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.
Met al wat zich beweegt en leeft,
Zijn ’t wettig eigendom des HEEREN.
Hij heeft z’, in haren ochtendstond,
Op ongemeten zeên gegrond,
Doorsneden met rivier en meren.
Wie klimt den berg des HEEREN op?
Wie zal dien Godgewijden top,
Voor ’t oog van Sions God, betreden?
De man, die, rein van hart en hand,
Zich niet aan ijdelheid verpandt,
En geen bedrog pleegt in zijn eden.
Die zal, door ’s HEEREN gunst geleid,
En zegen en gerechtigheid
Van God, den God zijns heils ontvangen.
Dit ’s Jakob, dit is ’t vroom geslacht,
Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.
Verkondiging: Het recht op eigendom
(n.a.v. zondag 42 Heidelbergse Catechismus , het 8ste gebod)
Wij zingen, Vader, U ter eer (SB 22: 1, 2, 3, 4)
Wij zingen, Vader, U ter eer,
van Christus Jezus, onze Heer.
Hij werd een dienstknecht, arm als wij:
dat Zijn gezindheid in ons zij.
Hij heeft wat Hij bij U bezat
niet boven alles liefgehad,
maar Zich van majesteit ontdaan:
Hij deed het kleed van slaven aan.
Hij werd een mens, in need’righeid,
en, levend in gehoorzaamheid,
heeft Hij aan U Zich toevertrouwd:
tot in de hof, tot aan het hout.
Daarom heeft God Zijn Knecht, die leed,
met alle macht en eer bekleed:
Zijn hoge naam, die Here luidt,
gaat boven alle namen uit.
van Christus Jezus, onze Heer.
Hij werd een dienstknecht, arm als wij:
dat Zijn gezindheid in ons zij.
Hij heeft wat Hij bij U bezat
niet boven alles liefgehad,
maar Zich van majesteit ontdaan:
Hij deed het kleed van slaven aan.
Hij werd een mens, in need’righeid,
en, levend in gehoorzaamheid,
heeft Hij aan U Zich toevertrouwd:
tot in de hof, tot aan het hout.
Daarom heeft God Zijn Knecht, die leed,
met alle macht en eer bekleed:
Zijn hoge naam, die Here luidt,
gaat boven alle namen uit.
Gebeden
Collectes
1. kerk, 2. jeugdwerk
Psalm 136: 1, 2 (nb)
Looft den Heer, want Hij is goed,
trouw in alles wat Hij doet.
Want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.
Geeft den God der goden eer,
jubelt voor der heren Heer.
Hij doet wond’ren, Hij alleen
trouw door alle tijden heen.
trouw in alles wat Hij doet.
Want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.
Geeft den God der goden eer,
jubelt voor der heren Heer.
Hij doet wond’ren, Hij alleen
trouw door alle tijden heen.
Geloofsbelijdenis
Psalm 136: 13 (nb)
Aan den God des hemels zij
eer en dank en heerschappij,
want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.
eer en dank en heerschappij,
want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.
Zegen (staande)