Home > multimedia > kerkdienst > index

Orde van de dienst op zondag 22 augustus 2010 waarin het sacrament van de heilige doopbediend wordt aan


Rosa Mirjam de Wilde


geboren 8 juli 2010


"Zing voor de Heer!"


Voorganger: ds. H.J. Vazquez


Welkom en mededelingen

Zingen: Psalm 98 vers 1 (staande)


Zingt een nieuw lied voor God den Here,
want Hij bracht wonderen tot stand.
Wij zien Hem heerlijk triomferen
met opgeheven rechterhand.
Zingt voor den Heer, Hij openbaarde
bevrijdend heil en bindend recht
voor alle volkeren op aarde.
Hij doet zoals Hij heeft gezegd.


We worden stil voor God (staande)


Votum en groet (staande)


Zingen: Opwekking 488


Heer ik kom tot U;
neem mijn hart, verander mij,
als ik U ontmoet vind ik rust bij U.
Want Heer ik heb ontdekt,
dat als ik aan uw voeten ben,
trots en twijfel wijken
voor de kracht van uw liefde.



Refrein:
Houd mij vast,
laat uw liefde stromen.
Houd mij vast,
heel dichtbij uw hart.
Ik voel uw kracht
en stijg op als een arend;
dan zweef ik op de wind,
gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.



Heer, kom dichterbij
dan kan ik uw schoonheid zien
en uw liefde voelen,
diep in mij. En Heer, leer mij uw wil,
zodat ik U steeds dienen kan
en elke dag mag leven
door de kracht van uw liefde.



(Refrein 2x)



dan zweef ik op de wind,
gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.


God geeft de wet


Zingen: Psalm 103 vers 5


Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan 't licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.


Rozemarijn de Wilde wordt binnengebracht, terwijl wij luisteren naar Opwekking 599


Bijbels onderwijs over de doop


Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Voordat de Here Jezus naar de hemel ging, droeg Hij zijn discipelen op de wereld in te gaan en alle volken tot zijn discipelen te maken. Zij die tot geloof kwamen, moesten gedoopt worden in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Bij deze instelling van de christelijke doop heeft Jezus toegezegd dat wie gelooft en zich laat dopen, behouden zal worden, maar wie niet gelooft, veroordeeld zal worden. Kort daarna werd de Heilige Geest uitgestort op het pinksterfeest. Drieduizend mensen kwamen tot geloof en werden gedoopt. De doop laat ons zien dat wij door de zonde onrein zijn en dat onze zonden afgewassen moeten worden. Als na­geslacht van Adam zijn wij in zonde ontvangen en ge­boren en rust de toorn van God op ons. Job belijdt: Komt ooit een reine uit een onreine? Jezus zegt tegen Nicodemus dat wij het Ko­ninkrijk van God niet binnen kunnen gaan als wij niet opnieuw geboren worden. Deze algehele vernieuwing kunnen wij onszelf niet ge­ven en daarom zoeken wij onze zaligheid buiten onszelf in Jezus Christus. Bij Hem alleen is die te vinden. Het water bij de doop wijst heen naar het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat onze zonden afwast, zodat wij in Hem rein voor God zijn. Onze zonden worden verzoend doordat God ons toerekent wat Christus door zijn lijden en sterven heeft verworven.


Bij onze doop ontvangen wij het teken en zegel van wat God ons in het verbond der genade belooft.


De Vader bezegelt ons dat Hij met ons een eeuwig ver­bond der genade sluit. Hij belooft ons dat Hij ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt en altijd als een Vader voor ons wil zorgen, in voor- en tegenspoed.


De Zoon bezegelt ons dat Hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden. Hij doet ons delen in de gemeenschap van zijn dood en opstanding om ons zo te doen sterven aan ons eigen 'ik' en te doen opstaan in een nieuw le­ven.


De Heilige Geest bezegelt ons dat Hij in ons wil wonen en werken. Hij belooft ons dat Hij ons tot leden van Christus wil heiligen, en zegt ons toe dat Hij ons deel wil geven aan wat wij in Christus hebben. Dat is het afwassen van onze zonden en het dagelijks vernieuwen van ons leven, totdat wij ten slotte zonder enige zonde, met heel de gemeente van de uitverkoren kinderen van God, eeuwig leven.


De Here geeft ons in de doop niet een bevestiging van ons geloof of van onze bekering, maar een teken en ze­gel van zijn verbondsbeloften. Met vrijmoedigheid mo­gen wij bidden om de vervulling daarvan. Aan dit ge­bed verbindt Hij zijn zegen. Wanneer wij Hem echter niet geloven op zijn Woord, verbreken wij dit verbond. Dit ongeloof blijft niet zon­der gevolgen. Tegenover Gods verbondszegen staat zijn verbondswraak.


De kinderen van gelovige ouders ontvangen de heilige doop als teken en zegel van het verbond dat God ook met hen gesloten heeft, al begrijpen ze er nog niets van. Voor de Here horen zij er helemaal bij. Toen de Here zijn volk uit de slavernij van Egypte leid­de, werden óók de kinderen bevrijd. Zij zijn een deel van zijn gemeente, waaraan Hij zijn heil belooft. Tot allen zegt Hij: Ik ben de Here, uw God. Hij belooft oud èn jong naar het beloofde land te brengen. Wanneer het merendeel in de woestijn omkomt, is dat geen gevolg van een tekort in Gods belofte, maar is dit enkel en alleen te wijten aan hun ongeloof. Gods verbondsbeloften gelden voor de gelovigen en voor hun kinderen. De Here sloot een verbond met Abraham, de vader van alle gelovigen, en met zijn nage­slacht.


Als teken van dit verbond der genade moesten de jon­gens op hun achtste levensdag besneden worden. Wie de besnijdenis niet overeenkomstig Gods bevel uitvoer­de, verbrak dit verbond en riep de toorn van God op.


Nu het bloed van Christus heeft gevloeid, heeft de be­snijdenis als teken van het verbond haar vervulling ont­vangen in de christelijke doop. Paulus schrijft aan de christelijke gemeente te Kolosse dat zij die gedoopt zijn nu niet meer besneden behoeven te worden.


In het Oude Testament ging het ten diepste om de be­snijdenis van het hart. Dit geldt niet minder van het gedoopte kind in de nieuwtestamentische gemeente.


Aan de gemeente te Korinte schrijft dezelfde apostel dat de kinderen van een gelovige vader of moeder heilig zijn. Zij zijn niet zonder zonde, maar worden apart ge­zet van de wereld om hen heen, om de Here met en in zijn gemeente te dienen. Heel de gemeente wordt daar­om geroepen tot geloof en levensheiliging. Deze gemeente wordt in het Woord van God gewaar­schuwd voor ongeloof. Allen wordt op het hart gebon­den dat alleen wie gelooft wat de Here belooft, het heil metterdaad ontvangt. Wanneer Paulus het evangelie in Europa verkondigt, komen in Filippi Lydia en de gevangenbewaarder door de Heilige Geest tot geloof in de Here Jezus. Zij worden gedoopt met hun hele huis. Op de pinksterdag heeft Petrus aan toegestroomde Jo­den en Jodengenoten verkondigd: Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. Zoals in het Oude Testament de beloften van het ver­bond heel de gemeente golden, zo komt de Here ook nu nog met zijn belofte van vergeving en vernieuwing tot de gelovigen en hun kinderen, want ook zij behoren tot zijn verbondsgemeente. Het gaat in het Oude en in het Nieuwe Testament om hetzelfde verbond met dezelfde beloften, ook al wisselt het teken ervan. Daarom mogen de gelovigen en hun kinderen slechts één keer de doop ontvangen. Wat God zegt, blijft gelden. De christelijke kerk belijdt dan ook: één doop tot vergeving der zonden. Op grond van deze beloften van de drie-enige God be­horen gelovige ouders dagelijks voor hun kinderen te bidden, en mogen zij vragen om de vervulling van die beloften van het verbond. Zij moeten hun kinderen van jongs af aan leren ook zelf daarom te bidden, in het vas­te vertrouwen dat de Here deze gebeden zal verhoren. Ouders zijn ertoe geroepen hun kinderen in de vreze des Heren op te voeden en hun kinderen voor te gaan in het vertrouwen op God en in het leven voor Hem. Beiden, ouders en kinderen, worden opgeroepen te strij­den tegen de zonde en een nieuw, godvrezend leven te leiden. Heel de gemeente ziet ernaar uit en bidt erom dat de gedoopte kinderen zelf de Here gaan kennen en in het openbaar belijdenis van hun geloof afleggen.


Gebed


Zingen: Lied 334 vers 1


Here Jezus, wij zijn nu
in het heiligdom verschenen,
met ons kind gaan wij tot U
wil uw zegen ons verlenen
waar de roepstem wordt vernomen:
laat de kindren tot Mij komen.


Beantwoording van de doopvragen door Gerben en Corine de Wilde


Zingen: Lied 334 vers 3 en 4


Niemand, die ons helpen kan,
niemand kan ons kind beschermen.
Wie zijn wij? Neem Gij het dan,
draag het in uw groot erbarmen.
Dat het vroeg U in dit leven
ja voorgoed zijn hart mag geven.



Herder, neem uw schaapje aan.
Hoofd, maak het een van uw leden.
Wees zijn weg, wijs het zijn baan.
Vredevorst, wees Gij zijn vrede.
Wijnstok, laat dit rankje bloeien,
dat er eens veel vruchten groeien.


Gesprekje met de kinderen


Zingen: Evangelische Liedbundel 44 vers 1, 2 en 6


De koning van Egypteland
trok al zijn legers saam.
Ons lot was echter in Gods hand.
Geprezen zij zijn Naam!



Refrein:
Zingt de HEER, want Hij is hoog verheven,
het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee.
Zingt de HEER, want Hij is hoog verheven,
het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee.



Hun ruiters zaten hoog te paard,
hun wagens reden snel.
Maar hoger nog verheven is
die streed voor Israël.
(Refrein)



Looft nu de HEER met snarenspel
en heft de tamboerijn,
want Hij verloste Israël.
Geprezen moet Hij zijn.
(Refrein)


Bediening van de doop aan Rosa Mirjam de Wilde


Zingen: Psalm 105 vers 5 (ob) (staande)


God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.


"Gebed voor ons kind" door Gerben de Wilde


Rozemarijn wordt bijgeschreven op de boekrol


Dankgebed


Zingen: Zingende Gezegend 237 vers 1, 3, 4 en 5


Wij komen bij het water staan,
Gij roept ons, Gij noemt onze naam
en legt uw handen op ons hoofd -
uw naam, o God, zij hooggeloofd!



Geef aan dit kind dat U behoort
uw naam, uw veelbelovend woord,
en zeg: Vrees niet, Ik ben erbij,
wees maar niet bang, jij bent van Mij!



Heer, neem dit kind uit onze hand,
draag het naar het beloofde land,
draag het, o herder, in uw schoot,
dwars door het water van de dood!



Uw naam zij glorie toegebracht,
die naam draagt nu een nieuw geslacht -
Heer, Gij zijt goed voor ons geweest,
lof zij U, Vader, Zoon en Geest!


Bijbeluur voor kinderen van groep 1 t/m 3 (over: God zorgt voor ons - Lucas 13 : 22-30)


Bijbellezing: Exodus 15 vers 1-18 (NBV)


Toen zong Mozes, samen met de Israëlieten, dit lied ter ere van de HEER: 'Ik wil zingen voor de HEER, zijn macht en majesteit zijn groot!
Paarden en ruiters wierp hij in zee.
De HEER is mijn sterkte, hij is mijn beschermer, de HEER kwam mij te hulp.
Hij is mijn God, hem wil ik eren, de God van mijn vader, hem loof en prijs ik.
Zijn naam is HEER, hij is een krijgsheld.
De wagens van de farao slingerde hij in zee.
Daar, in de Rietzee, verdronk het leger, zijn beste officieren kwamen om.
Wild kolkend water overspoelde hen, ze verdwenen in de diepte, zonken als een steen.
Uw hand, HEER, ontzagwekkend in kracht, uw hand, HEER, verplettert de vijand.
U toont uw majesteit en breekt uw tegenstanders, uw toorn ontbrandt en verteert hen als stro.
De adem van uw neus stuwde het water omhoog, de wilde watermassa's stonden als een wal, het kolkende water stolde in het diepst van de zee.
De vijand dacht: Ik achtervolg hen, haal hen in, verdeel de buit.
Weldra wordt mijn wraaklust bevredigd, ik trek mijn zwaard, ik onderwerp hen weer.
Maar u blies, uw adem waaide en de zee bedekte hen, zij kwamen om in het ontzagwekkende water, ze zonken weg als lood.
Wie onder de goden is uw gelijke, HEER?
Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zo veel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?
U strekte uw hand uit en de aarde verzwolg hen.
U bevrijdde dit volk en ging het liefdevol voor, sterk en machtig leidde u het naar uw heilige woning.
Alle volken hoorden het, alle volken huiverden, de Filistijnen beefden, ze krompen van angst ineen, ontzetting maakte zich meester van de stamvorsten van Edom, van de machtigen van Moab. Ze waren verlamd van schrik.
De Kanaänieten sidderden, allen waren doodsbang.
Angst overviel hen, vrees beving hen toen zij hoorden van uw machtige daden, zij werden stom als steen, terwijl uw volk voorbijtrok, HEER, terwijl uw volk voorbijtrok, het volk door u geschapen.
U brengt hen naar de berg die uw domein is, HEER, en daar zult u hen planten, in uw eigen woning, het heiligdom door u gebouwd.
De HEER is koning voor eeuwig en altijd!'


Zingen: Psalm 136 vers 1 ,6 ,7, 13


Allen:
Looft den Heer, want Hij is goed,
trouw in alles wat Hij doet.
Want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.



Vrouwen:
Die de grote Schelfzee spleet,
Israël ontkomen deed.
Looft den Heer, Hij gaat ons voor,
Hij is trouw de eeuwen door.



Mannen:
Farao met heel zijn heer
stortte in het water neer.
Looft de Heer die ons bevrijdt
en ons liefheeft voor altijd.



Allen:
Aan den God des hemels zij
eer en dank en heerschappij,
want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.


Bijbellezing: Exodus 15 vers 19-21 (NBV)


Toen de paarden, wagens en ruiters van de farao de zee in waren getrokken, had de HEER het water over hen heen terug laten stromen, maar de Israëlieten waren dwars door de zee gegaan, over droog land.
De profetes Mirjam, Aärons zuster, pakte haar tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend. En Mirjam zong dit refrein: 'Zing voor de HEER, zijn macht en majesteit zijn groot!
Paarden en ruiters wierp hij in zee.'


Zingen: Psalm 66 vers 2 en 3


Komt, ziet nu de geduchte werken
die God aan mensen heeft gedaan;
Hij stelde aan de waat'ren perken,
droogvoets zijn zij erdoor gegaan.
Laat zich ons hart in Hem verblijden:
God houdt de volken in het oog.
Zijn rijk is over alle tijden.
Gij trotsen, draagt het hart niet hoog.



Doe onze God uw loflied horen,
gij volken, zingt alom op aard,
looft Hem door wie wij zijn herboren,
die ons voor wank'len heeft bewaard.
Gij toetst ons, Gij beproeft ons leven,
zoals men erts tot zilver smelt.
Gij die ons, aan het vuur ontheven,
gelouterd voor uw ogen stelt.


Verkondiging: Zing voor de Heer!


Zingen: Lied 21 vers 7


Roemt dan, gij mensen, en lofzingt tezamen
Hem die zo grote dingen doet.
Alles wat adem heeft roepe nu amen,
zinge nu blijde: God is goed!
Love dan ieder die Hem vreest
Vader en Zoon en Heilge Geest!
Halleluja! Halleluja!


Gebed


De kinderen van het bijbeluur komen terug


De kinderen van crèche en peuterbijbeluur kunnen worden opgehaald


Collecten voor de kerk en het onderhoud van de gebouwen


Zingen: Psalm 68 vers 7 (staande)
God zij geprezen met ontzag.Hij draagt ons leven dag aan dag,zijn naam is onze vrede.Hij is het die ons heeft gered,die ons in ruimte heeft gezeten leidt met vaste schreden.Hij die het licht roept in de nacht,Hij heeft ons heil teweeggebracht,dat wordt ons niet ontnomen.Hij droeg ons door de diepte heen,de Here Here doet alleenons aan de dood ontkomen.


De zegen van God (staande) 

Kerkdiensten beluisteren

zondag 5 februari 2012 - middag
Bekijk de liturgie
zondag 5 februari 2012 - ochtend
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (17,7 Mb)
zondag 29 januari 2012 - middag
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (12,3 Mb)
zondag 29 januari 2012 - ochtend
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (13,7 Mb)
zondag 22 januari 2012 - middag
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (13,3 Mb)
zondag 22 januari 2012 - ochtend
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (13,3 Mb)
zondag 15 januari 2012 - middag
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (12,0 Mb)
zondag 15 januari 2012 - ochtend
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (13,9 Mb)
zondag 8 januari 2012 - middag
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (12,0 Mb)
Doop Levi - zondag 8 januari 2012 - ochtend
Bekijk de liturgie
beluister de dienst klik om te luisteren (17,6 Mb)

oudere diensten

Wil je een dienst downloaden? downloadcentrum downloadcenter